Openbare basisschool

Aan de Roer

 

 

 

 

Schoolgids 2011-2012

 

 


 

OBS Aan de Roer

 

___________________

Belangrijke gegevens:

           

____________________________________________________

Hoofdgebouw

 

 

 

 

 

 

Dependance

 

___________________Swalm en Roer/ bestuur

 

 

 

 

 

___________________

Directeur

 

Adjunct directeur

 

___________________

Voorzitter Medezeggenschapsraad

 

Secretaris

 

Penningmeester

___________________

Voorzitter

Ouderraad

 

Secretaris

 

Penningmeester

___________________

Coördinator

werkgroep overblijven

 

Penningmeester

 

___________________

Hammerveldlaan 2

6041 VV Roermond

( 0475-331309

Fax 0475-520817

E-mail: aanderoer@aanderoer.nl

Website: www.aanderoer.nl

 

Burgemeester Geuljanslaan 16

( 0475-315793

____________________________________________________

Stichting Swalm en Roer

Postbus 606

6040 AP Roermond ( 0475-345830

Bezoekadres:

Roerderweg 35

6041 NR Roermond

____________________________________________________

Henriëtte Rademakers ( 0475-335789 privé 

directie@aanderoer.nl

Rianne Poell-Mertens    ( 0475-531553 privé

rianne.poell@aanderoer.nl

__________________________________________________

Marianne Schoolmeesters ( 0475-319384

 

 

Maud Mulder ( 0475-338732

 

Olaf Masolijn ( 0475-320807

_______________________________________________

Dennis Spaen ( 0475-337415

 

 

Maud Helwegen ( 0475-331611

 

Hilde Hansen ( 0475 - 319787

_________________________________________________

Ariënne de Koning ( 0475-318657

 

 

Olaf Masolijn ( 0475-320807

 

_________________________________________________


 

 

Inhoudsopgave

Voorwoord                                                                                         4

1. De missie en de visie van de school                                                  5

1.1  Waar onze openbare basisschool voor staat                             5

1.2  Manier van lesgeven                                                                 8

1.3  Sociale vorming                                                                       9

1.4  Zelfstandigheidsontwikkeling                                                  9

1.5  Creativiteit                                                                            13

1.6  Samenstelling groepen                                                            14

2. De kwaliteit van ons onderwijs                                                      14

2.1  De kerndoelen                                                                        14

2.2  Hoe bewaken we de kwaliteit van ons onderwijs?                   14   

2.3  De kwaliteit van onze school                                                  16

2.4  Activiteiten ter verbetering van het onderwijs                      17

3. De zorg voor onze leerlingen                                                         23

3.1  Gewenning                                                                             23

3.2  Intakegesprek                                                                       23

3.3  Kinderen met een allergie                                                     24

3.4 Trakteren                                                                              24

3.5  Leerlingvolgsysteem                                                              24

3.6  Speciale leerlingenzorg                                                         25

3.7  Van Groep 2 naar Groep 3                                                     28 

3.8  Samenwerkingsverband Swalm en Roer                                  29

3.9  Leerlinggebonden financiering                                              31

4. De personele organisatie                                                              32

4.1  Het schoolteam van ‘Aan de Roer’                                           32

4.2  Wie komen de kinderen tegen op school?                               33

4.3  Vervanging bij ziekte/buitengewoon verlof/CV/   

       taakuren of nascholing                                                          34

5. Rechten en plichten van ouders/ verzorgers/bevoegd gezag         36

5.1  Verplichte onderwijstijd                                                        36

5.2  Leerplicht/ verlof                                                                 36                                                    

5.3  Klachtenprocedure                                                                39

5.4  Aansprakelijkheid en verzekeringen                                      42

5.5  Onderwijskundig rapport / omgaan met leerlinggegevens       45

5.6  Financiële bijdragen                                                              46

6. De samenwerking van de ouders met de school                              47

6.1  De Medezeggenschapsraad                                                    47

6.2  De Ouderraad                                                                       48

6.3  Werkgroep Overblijven                                                         49

6.4  Overige vormen van betrokkenheid door ouders                     50

7.  Overige zaken                                                                             51

7.1   Voorschoolse opvang en peuterspeelzaal Aan de Roer           51                                                                                              

    7.2  Buitenschoolse opvang                                                           51

    7.3  Sponsoring                                                                            51

    7.4  Meldcode Stichting Swalm en Roer                                       53

 



Voorwoord

 

Deze schoolgids informeert u over de dagelijkse gang van zaken op openbare basisschool ‘Aan de Roer’ en kan u helpen bij het kiezen van een basisschool. Er staat in wat u kunt verwachten als uw kind een leerling van onze school wordt.

Ook voor de huidige ouders is deze gids belangrijk. We leggen uit hoe we werken en waar onze speciale aandacht naar uitgaat.

 

Iedere ouder ontvangt aan het begin van het nieuwe schooljaar een kalender met praktische informatie. De schoolgids wordt op verzoek verstrekt en is tevens te vinden op onze website www.aanderoer.nl.

Over actuele zaken wordt u op de hoogte gehouden via de maandelijkse info.

 

Wij hopen dat u onze schoolgids met plezier zult lezen. Vanzelfsprekend bent u altijd welkom voor een toelichting.

 

Het team.

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

Missie en visie van onze school

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

V.O.O.

 

 

 

 

 

 

1. De missie en de visie van de school

 

1.1 Waar onze openbare basisschool voor staat

 

De missie en de visie is tot stand gekomen door met de verschillende geledingen na te denken en te spreken over wat voor ons “kwalitatief goed onderwijs” is.

 

De Missie:

Onze school gaat uit van een duidelijke koers. Deze koers geeft inhoud aan onze missie en visie. In de missie is beschreven wat de bestaansreden van openbare basisschool Aan de Roer is en worden de kernwaarden beschreven van waaruit we willen werken. Het team wil deze kernwaarden tot uitdrukking brengen in de relatie die het met de betrokkenen heeft.

 

Wij zien openbare basisschool Aan de Roer als een school die kwalitatief goed onderwijs biedt dat voldoet aan de Wet Primair Onderwijs vanuit de overtuiging dat kinderen een intrinsieke behoefte hebben zich breed te ontwikkelen. Aan de Roer is naast een leerinstituut ook een ontmoetingsplaats, waar kinderen kennis, vaardigheden en attitude ontwikkelen die zij nodig hebben om op hun weg naar volwassenheid passende doelen te bereiken. Dit dragen we uit door invulling te geven aan vier kernwaarden:

 

*       Vertrouwen

*       Betrokkenheid

*       Eigenheid

*       Kwaliteit

 

Op onze school staat vertrouwen voorop. Een kindvriendelijke school met een veilig pedagogisch klimaat. Wij hebben respect voor de kinderen en we verwachten respect van de kinderen. Daartoe vinden we een heldere structuur van belang: er is sprake van duidelijkheid en van een doorgaande lijn wat betreft de leerstof, de organisatie en de regels. Zeggen wat je doet en doen wat je zegt. De leerkracht geeft het goede voorbeeld en spreekt kinderen aan op gedrag dat bij hun leeftijd hoort.  De leerkracht is eerlijk en betrouwbaar, stelt haalbare doelen en maakt haalbare afspraken. De leerling en de leerkracht doen succeservaringen op.

Aan de Roer is een plaats waar we werken aan de ontwikkeling en versterking van het zelfvertrouwen en het vertrouwen in de ander.

 

Betrokkenheid

Kinderen leren het beste als ze iets graag willen leren. Daarom zoeken we naar mogelijkheden om deze innerlijke betrokkenheid te vergroten. Wij denken hierbij aan vormen van betekenisvol leren en zoeken naar een koppeling tussen het leren enerzijds en “het echte leven” anderzijds. We maken gebruik van actieve werkvormen, zelfontdekkend en coöperatief leren binnen een uitdagende leeromgeving.

 

De school bouwt samen met de ouders en kinderen een goede band op. Er wordt door leerkrachten met ouders en kinderen op een constructieve manier samengewerkt.

Iedereen die bij onze school betrokken is draagt verantwoordelijkheid voor zichzelf

en de ander door met zorg en toewijding te handelen in de verschillende situaties.

 

Eigenheid

Kinderen leren dat mensen verschillend zijn en leren elkaar te accepteren en respect te hebben voor elkaars mening. Zij zijn zich ervan bewust dat je elkaar nodig hebt om een goede sfeer in de groep te krijgen en te houden.

 

Meervoudige intelligentie en coöperatieve werkvormen leveren een actieve bijdrage bij de bewustwording van de verschillen tussen mensen en het belang van samenwerken met elkaar. De wil om elkaar te begrijpen en de intentie om dezelfde taal te spreken. Het brengt kinderen tot het zich competent voelen en bewerkstelligt een positief zelfbeeld.

 

Kwaliteit

Onze school is goed op de hoogte van moderne hulpmiddelen en sluit aan bij het potentieel van leerlingengroep en van de eigen mogelijkheden, richt passend onderwijs in en springt in op een veranderende maatschappij.

De kerndoelen zoals de overheid die stelt zijn daarbij een leidraad. Wij streven naar een bij het kind passende ontwikkeling op het gebied van kennis, vaardigheden en houding en zijn op zoek naar de talenten van kinderen. Hierbij geven wij als school onze grenzen aan, zodat bekend is wat binnen onze mogelijkheden ligt.

We gaan uit van de kwaliteiten die ieder mens bezit en lichten deze eruit, benoemen ze en stimuleren ze om tot ontwikkeling te komen.

Het ontwikkelen van een eigen kritisch denkvermogen vinden we belangrijk zodat kinderen goed voorbereid de maatschappij in gaan. Daarbij wordt gestreefd naar een kind dat autonoom is in denken en handelen waardoor het zich zelfstandig en zelfverantwoordelijk voelt en zich competent voelt voor de taken die hij tegenkomt. We stimuleren hiermee dat het zelfvertrouwen groeit en een kind in staat is om goede relaties te onderhouden zodat het zich veilig en aanvaard voelt.

Ons uitgangspunt binnen onze leerkrachtrol is leiden wanneer het moet, begeleiden wanneer het kan.

 

De Visie:

Bij de formulering van de visie is rekening gehouden met de doelstellingen van de stichting waarvan wij deel uitmaken, de stichting  “Swalm en Roer” en de streefbeelden van het samenwerkingsverband waarvan de school onderdeel uitmaakt. In deze paragraaf worden de uitgangspunten en koersuitspraken beschreven, die als leidraad worden gehanteerd met betrekking tot de ontwikkeling van de school.

 


Uitgangspunten vanuit de stichting “Swalm en Roer” die ook uitgangspunt zijn voor de visie van OBS Aan de Roer zijn:

 

*       Het kind met zijn basisbehoeften staat centraal. De verschillen tussen kinderen in herkomst, mogelijkheden en belangstelling zijn uitgangspunten bij het realiseren van de inrichting van ons onderwijsaanbod en de onderwijsorganisatie.

 

*       Wij staan voor goed onderwijs: het is onze taak om het leerproces van kinderen optimaal te faciliteren door kwalitatief goed onderwijs te bieden.

 

*       Kinderen opvoeden gebeurt binnen een sociaal kader, het is een groepsdynamisch proces waarin waarden en normen een belangrijke rol spelen.

 

*       Ons onderwijs speelt zich af in een voor alle betrokkenen veilige omgeving.

 

*       Wij staan voor een permanente ontwikkeling, verbetering en innovatie van het onderwijsleerproces en maken gebruik van nieuwe media.

 

*       Wij bieden ruimte voor professionalisering, de lokale schoolomgeving en aan partners.

 

*       Onze school staat niet geïsoleerd maar is wezenlijk onderdeel van de maatschappelijke context waarbinnen ze opereert; in de dagelijkse praktijk zullen wij geconfronteerd worden met en onderdeel zijn van maatschappelijke problemen en veranderingen. In het kader van de brede school gedachte spelen  wij hierin een actieve rol.

 

In het schoolplan is vastgelegd hoe deze zienswijze in de praktijk handen en voeten krijgt. Dit ligt ter inzage voor de ouders op school.

Overigens, als u voor uw kind godsdienst- of levensbeschouwelijk onderwijs wilt, dan kan dat ook op een openbare school.

Hier in Nederland hebben we zelfs een speciale Vereniging voor Openbaar Onderwijs (V.O.O.). Deze zet zich in voor goed en voldoende openbaar onderwijs en telt inmiddels 35.000 leden. Een grote organisatie dus, waarvan elke ouder lid kan worden.

 

 

 

Manier van lesgeven

 

 

1.2 Manier van lesgeven

 

Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, vaardigheden, werkwijzen en manieren van informatie opnemen. In ons onderwijs proberen we hier rekening mee te houden. We gebruiken coöperatief leren in ons onderwijs. Hierdoor leren leerlingen met en van elkaar. Als we bezig zijn met coöperatief leren, werken op een gestructureerde manier samen in kleine groepjes. De achterliggende gedachte is dat kinderen niet alleen leren van de interactie met de leerkracht, maar ook van de interactie met elkaar. De leerlingen zijn actief met de leerstof bezig, ze praten er met elkaar over, waardoor de inhoud van de stof meer betekenis voor hen krijgt. Door de samenwerking in een groepje, ontwikkelen leerlingen ook samenwerkingsvaardigheden. Samen kunnen werken is een belangrijke vaardigheid om te kunnen functioneren in de samenleving. Binnen coöperatief leren kunnen verschillen tussen leerlingen benut worden: De ’sterke’ leerlingen zijn model voor de ‘zwakkere’ leerlingen en helpen hen. Op hun beurt krijgen de ’sterke’ leerlingen meer inzicht in de leerstof door de uitleg die ze aan anderen geven. Door samen te werken, leren de leerlingen in een groep elkaar beter kennen. Er ontstaat een klimaat in de klas waarin leerlingen elkaar waarderen, begrip voor elkaar hebben en bereid zijn elkaar te helpen.

 

Naast de gangbare werkvormen besteden we steeds meer aandacht aan het individuele leerproces. Zo komen er meer mogelijkheden om in tempo, niveau en materiaalsoort te differentiëren. Dit geldt zowel voor de leerling die de basisstof vlot kan opnemen en verwerken, als voor de leerling die wat meer tijd, ander materiaal of een andere begeleidingswijze nodig heeft.

 

Er worden verschillende werkvormen gebruikt, waarbij de leerkracht observeert hoe een kind met het werk of met andere kinderen omgaat. Uitgangspunt zijn de kerndoelen (zie hoofdstuk 2) van de basisschool, maar de leerkracht probeert, waar mogelijk, aan te sluiten bij de ontwikkeling van elk individueel kind, zodat dit op een gezonde manier wordt geprikkeld om zich verder te ontwikkelen.

 

 

 

 

 

Sociale vorming

 

 

 

 

 

 

 

Conflicten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Pestprotocol

1.3 Sociale vorming

 

Goed omgaan met elkaar is belangrijk in onze huidige maat­schap­pij en zal daarom al vroeg moeten worden geleerd en ge­stimuleerd. Niet al­leen bin­nen het eigen gezin maar ook op school leren de kinde­ren hoe ze met elkaar om moeten gaan en welke regels daarvoor gelden. De week­break, het gezamen­lijk spelen op de speelplaats, op­drachten uitvoeren in groepsverband, rots en water training; dit zijn alle­maal zaken die binnen ons onderwijs aan bod komen en bijdragen aan de so­ciale vor­ming van het kind.

In iedere samenle­vingsvorm ontstaan wel eens conflicten. Zo krij­gen natuurlijk ook onze leerlingen wel eens te maken met menings­ver­schil­len in de klas of op de speel­plaats. Binnen onze school zijn er vaste re­gels over hoe om te gaan met ruzies en conflicten. Uw kind leert al snel dat ieder van de partijen zijn verhaal mag doen en dat het daarna zal moeten meedenken over hoe de ruzie samen op te lossen en hoe deze in het vervolg kan worden voorkomen. Er is tevens aandacht voor weerbaar gedrag, zodat uw kind bij conflicten duidelijk kan aangeven wat het wel of niet leuk vindt. Hiermee hopen we een goede basis te leggen voor het voorkomen van pestgedrag.

Bij het uitpraten van een conflict staat het res­pec­te­ren van de ver­schillen in doen en laten tussen mensen voorop. Door het leren kennen van elkaar en el­kaars leef- en denkwij­zen, leren de kinderen ook el­kaar te be­grijpen. Het leren respec­teren en omgaan met de verschillen tussen men­sen is een waarde­vol­le ervaring bij het samen vormen van een pret­tige leefge­meenschap.

Ook is er op school een pestprotocol aanwezig. Dit protocol geeft leerkrachten van groep 1 tot en met 8 richtlijnen voor het voorkomen, signaleren en aanpakken van pestgedrag.

De in dit protocol beschreven aanpak en richtlijnen zijn in samenspraak met leerkrachten, leerlingen en ouders gemaakt. Deze richtlijnen maken deel uit van het beleid van school om leerlingen een veilig schoolklimaat te bieden waarin zij zich evenwichtig kunnen ontwikkelen.

Door middel van ‘leefregels’ en een ‘aanpak van ruzies en pestgedrag in vier stappen’, de zogenaamde ‘stop-methode’, streven wij ernaar dat álle leerlingen zich thuis kunnen voelen op onze school.

 

 

 

Zelfstandigheid

 

 

 

 

 

 

 

 

Dagtaak

Weektaak

 

 

 

 

 

 

 

Wereld Oriëntatie

 

1.4 Zelfstandigheidontwikkeling

 

Zelfstandigheid is een voorwaarde om de wereld om je heen te ontdekken. Een kind moet mogelijkheden aangereikt krijgen om zich als zelfstandig persoon te kunnen ontwikkelen in onze samenleving. Het zal zich daarom een aantal vaardigheden moeten eigen maken: leren omgaan met anderen; een eigen mening vormen; zich kunnen redden in het dagelijkse leven; verantwoordelijkheid durven nemen en dragen. Een kind moet voldoende handvatten aangereikt krijgen om met vertrouwen in zichzelf  de wereld in te stappen.

 

Op onze school stimuleren we kinderen al vanaf de eerste twee groepen om kleine problemen die ze tegen komen, zelfstandig op te lossen. De groepen 1/2 werken met een planbord. Vanaf groep drie werken de kinderen met een dagtaak en vanaf groep vier werken zij met een weektaak. Het wordt voor hen dan steeds belangrijker om de tijd zo goed mogelijk in te delen en te benutten. De begeleiding van de leerkracht blijft hierbij erg belangrijk. Tijdens het zelfstandig werken geeft hij/zij instructie aan kleine groepjes, extra hulp en observeert het gedrag en het werken van het kind.

 

In de groepen 5, 6, 7 en 8 werken we met de methodes “Wijzer door de natuur”, “Wijzer door de tijd”, “Wijzer door de wereld” en “Wijzer door het verkeer”.  Bij deze methodes horen ook geregeld huiswerkopdrachten en ieder blok wordt afgesloten met een toets. In groep 5 en 6 helpt de leerkracht de leerling nog intensief bij de voorbereiding van de toets.

Huiswerk bovenbouw

 

 

 

Wereld oriëntatie

werkstuk spreekbeurt boekbespreking boekverslag groepsverslag

 

 

 

 

 

ICT

Tevens is er de mogelijkheid om thuis extra te oefenen. In groep 7 en 8 wordt de sturing en begeleiding van de leerkracht steeds minder. We leren de kinderen om zelfstandiger om te gaan met het plannen en voorbereiden van  huiswerk en toetsen.

 

Naast de methode wordt er ook nog extra aandacht besteed aan wereldoriëntatie in de vorm van werkstukken, spreekbeurten, boekbesprekingen, boekverslagen en groepsverslagen. De ervaringen die we de afgelopen jaren hebben opgedaan zijn erg positief.

 

De leerkrachten uit de groepen 6, 7 en 8 maken aan het begin van het schooljaar een jaarplanning. Deze ontvangt u op de algemene ouderavond.

 

We stimuleren de gedachte dat u uw kind begeleidt bij het huiswerk, zodat het dit uiteindelijk zelfstandig kan maken.

 

Wij hebben in de voorgaande schooljaren een nieuwe structuur binnen de school opgezet. Zowel op het hoofdgebouw als op de dependance kunnen we nu alle softwarepakketten gebruiken en beheren. Het technische beheer hebben wij voor een groot deel uitbesteed aan een extern bedrijf.

Zo is onder andere ons leerlingvolgsysteem compleet geautomatiseerd.

Het is onze doelstelling om het gebruik van de computer ter ondersteuning van ons onderwijs te intensiveren. Nieuwe ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd. Zowel dependance als hoofdgebouw zijn voorzien van een multimedia- omgeving waardoor we de mogelijkheid hebben om aan grotere groepen te presenteren.

 

 

 

Huiswerk en extra schoolwerk

Groep 6

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Huiswerk en extra schoolwerk

Groep 7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Huiswerk en extra schoolwerk

Groep 8

 

In groep 6 maakt iedere leerling:

 

1 werkstuk

1 spreekbeurt

1 boekbespreking

3 boekverslagen

1 x per week huiswerk

 

-       WO Onderwerp / keuze: vrij

-       Leerkracht heeft een sterk sturende rol in de planning en begeleiding van de leerlingen.

-       Het maken van het werkstuk wordt door de leerkracht aangeleerd met behulp van de ‘Werkstuk-wijzer’.

-       Het houden van de spreekbeurt wordt door de leerkracht aangeleerd met behulp van het ‘Stappenplan spreekbeurt’.

 

In groep 7 maakt iedere leerling:

 

1 werkstuk natuur of aardrijkskunde

1 werkstuk geschiedenis

1 spreekbeurt

1 boekbespreking

4 boekverslagen

1 x per week huiswerk

 

-    WO Onderwerp / keuze: deels vrij

-       Leerkracht heeft een minder sturende rol in de planning en begeleiding van de leerlingen.

-       Leerlingen maken bij het werkstuk grotendeels zelfstandig gebruik van de ‘Werkstuk-wijzer’.

-       Leerlingen maken naar eigen invulling gebruik van het ‘Stappenplan spreekbeurt’.

 

In groep 8 maakt iedere leerling:

 

1 werkstuk natuur of aardrijkskunde

1 werkstuk geschiedenis

1 spreekbeurt

1 groepsverslag met presentatie

1 boekbespreking

4 boekverslagen

2 x per week huiswerk

2 x krantenknipsel

 

-       WO onderwerp / keuze: gebonden

-       Leerkracht heeft een beperkte rol in de planning en begeleiding van de leerlingen.

-       Leerlingen maken naar eigen invulling gebruik van de ‘Werkstuk-wijzer’.

-       Leerlingen maken naar eigen invulling gebruik van het ‘Stappenplan spreekbeurt’.

 

 

 

 

 

Creativiteit

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weekbreak

 

1.5 Creativiteit

 

Creativiteit is vaak de sleutel voor het vinden van oplossin­gen op welk gebied dan ook. Vandaar dat de ontwikkeling van de creativiteit centraal staat binnen vrijwel alle lessen, net zo goed bij rekenen en taal als bij tekenen en handvaardigheid.

Vakken die bij uitstek bijdragen aan de creatieve ontwikkeling, zijn natuurlijk tekenen en handvaardigheid. Deze vakken worden enerzijds gekenmerkt door de open opdrachten die de fantasie van het kind prikkelen, en anderzijds door gesloten technische opdrachten die als doel hebben dat kinderen telkens weer nieuwe vaardigheiden leren. Een voor­beeld hiervan is het tekenen van een verschrikkelijke sneeuwman. Om de vorm en omgeving van de sneeuwman weer te geven, zal het kind een beroep moeten doen op zijn fanta­sie. Bij het inkleu­ren ervan echter zal het kind moeten weten of leren dat de sneeuwman leeft in een ijzige omgeving en dat daarom alleen koele kleu­ren kunnen worden gebruikt. Op deze manier leren zij op een creatieve manier het verschil tussen warme en koude kleuren. Ook muziek en drama zijn creatieve vakken die we meer aandacht willen geven.

Echter, ook binnen de op het eerste oog voornamelijk theoretisch lijkende vak­ken als reke­nen en taal speelt creativiteit een be­lang­rijke rol. Hierbij kan worden ge­dacht aan opdrach­ten als: ‘hoe tel ik op een handige manier de (honderden) vogels op dit blad?’, of: ‘hoe kom ik erachter of ik meer karton moet ge­brui­ken voor het maken van een melkfles van een liter (hoog en smal) of voor het maken van een sappak van een liter (laag en breed).

 

Creativiteit speelt een belangrijke rol bij de voorbereiding en uitvoering van activiteiten tijdens de weekbreak. Iedere woensdag om 13.00 uur sluiten de kinderen de dag op een gezellige manier af met toneel, verhalen, anekdotes, muziek en spel. Een aantal klassen nemen deel aan de centrale weekbreak in de aula. De andere leerlingen blijven, volgens rooster, periodiek in de klas en hebben daar hun eigen weekbreak of krijgen les in expressie. U bent altijd welkom bij de centrale weekbreak. Deze begint om 13.15 uur en eindigt om 14.15 uur.

 

 

 

Groeps- samenstelling

 

1.6 Samenstelling groepen

 

Op onze school hebben we er voor gekozen de groepen 1 en 2 te combineren. Vanaf groep 3 proberen we zoveel mogelijk kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar in een groep te plaatsen. Op dit moment hebben we een groep 5/6 gecombineerd.

In beide varianten leren we de kinderen zelfstandig te werken, rekening te houden met elkaar en we laten ze ervaren dat ieder mens verschillend is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kerndoelen

 

2. De kwaliteit van ons onderwijs

 

2.1 De kerndoelen

 

In de Wet op het Primair Onderwijs staat een aantal opdrachten voor de school. Eén van die opdrachten is dat de school les moet geven in allerlei vakken, zoals Nederlandse taal en rekenen. Per vak is aangegeven wat de leerlingen moeten leren: de zogenaamde kerndoelen. Een voorbeeld van zo’n kerndoel voor het vak taal is: de leerlingen kunnen de hoofdzaken van een informatieve tekst weergeven.

Een voorbeeld van een kerndoel bij gymnastiek is: de kinderen kunnen klimmen in toestellen.

Scholen hebben ook de opdracht om niet uitsluitend aandacht te besteden aan de verstandelijke ontwikkeling van kinderen. Zo krijgen eveneens de creatieve, sociale en emotionele ontwikkeling aandacht. Ook hiervoor heeft de wetgever beschreven wat de leerlingen moeten leren: de zogenaamde leergebiedoverstijgende kerndoelen.

Een voorbeeld voor het leergebied sociaal gedrag is: de leerlingen leveren een positieve bijdrage in een groep: ze durven in de groep steun te geven aan iemand met een afwijkend standpunt.

De kerndoelen geven globaal aan wat de leerling moet kennen aan het eind van de basisschool. Iedere school geeft op eigen wijze invulling aan de kerndoelen. De concrete uitwerking van deze kerndoelen staat in het schoolplan, dat voor iedere ouder ter inzage ligt op school bij de directie.

 

 

 

 

Leerstof

2.2 Hoe bewaken we de kwaliteit van ons onderwijs?

 

Iedere leerling krijgt een basispakket aangeboden waarnaast er mogelijkheden zijn om te differentiëren. Zo bieden onze methodes verrijkingsstof en reteachingmateriaal. De verrijkingsstof is voor kinderen die de basisstof vlot kunnen verwerken en uitgedaagd moeten worden om meer met het geleerde te doen. De reteachingstof is bedoeld voor leerlingen die wat meer tijd, ander lesmateriaal of een aangepaste begeleidingswijze nodig hebben.

 

Toetsen

 

 

 

 

 

 

 

CITO toetsen

 

 

 

 

Door regelmatig toetsen af te nemen en goed te observeren, proberen we een objectief beeld te krijgen van de ontwikkeling van een kind. We gebruiken methodeafhankelijke toetsen en methodeonafhankelijke toetsen, zoals die van het CITO. Dit zijn landelijk genormeerde toetsen. Zo kunnen we de kinderen vergelijken met de gemiddelde Nederlandse leerling. Uiteraard ontstaat zo ook een beeld van het totale onderwijs op onze school. Het totaalbeeld wordt gebruikt om de kwaliteit van ons onderwijs te verbeteren.

In groep 7 en 8 laten we de kennis van een leerling meten door een onafhankelijke organisatie. Dit wordt gedaan met behulp van de CITO-entreetoets voor groep 7 en de CITO-eindtoets voor groep 8, die op school worden afgenomen en op het CITO worden verwerkt.

De uitkomst van deze toetsen worden vergeleken met het advies van de school voor wat betreft het vervolgonderwijs. De CITO-resultaten bespreken we op de individuele ouderavond.

De uitslag op schoolniveau is te bevragen bij de directeur van onze school.

 

Extra zorg

Drie keer per jaar vinden er analyse- en screeningsgesprekken plaats. Hierin worden afspraken gemaakt over de in te zetten extra zorg.

Als uit toetsen en/of observaties blijkt dat een kind in zijn ontwikkeling stagneert of vooruit loopt, komt de extra zorg op gang. Dit kan betekenen dat er eerst extra onderzoek gedaan moet worden, waarna een handelingsplan wordt opgesteld.

In overleg met de leerkracht kan besloten worden om begeleiding binnen de groep door de leerkracht en/of buiten de groep door de interne begeleider te laten plaatsvinden (bijvoorbeeld extra instructie, eigen leerlijn, remedial teaching).

Indien deze hulp niet toereikend is kan school, in overleg met ouders, een consultatiegesprek aanvragen bij Consent (de onderwijsbegeleidingsdienst).

 

Rapport

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Rapportagekaart”

 

 

U wordt op de hoogte gehouden van de vorderingen van uw kind door enerzijds de gesprekken tijdens de ouderavond en anderzijds door de rapporten. Vanaf groep 3 krijgen alle kinderen 3 x per jaar een rapport. De beoordeling op de rapporten komt op verschillende manieren tot stand.

Ten eerste maken we gebruik van de afgenomen toetsen. De resultaten van de Cito en AVI toetsen staan op het rapport vermeld. Echter, een toetsuitslag bepaalt niet alleen de waardering die een leerkracht aan uw kind geeft. Ook de indruk die de leerkracht van het kind heeft in de klas is medebepalend.

Als de resultaten van een bepaald vakgebied tegenvallen, geven wij op het rapport een kindgerichte opmerking. Als er extra acties nodig zijn waarbij er hulp wordt geboden met hulp van anderen dan alleen de leerkracht of als er een andere leerweg dient te worden gevolgd, worden deze eerst met ouders/verzorgers  besproken alvorens uitgevoerd. Van deze besprekingen volgt een apart verslag. Deze besprekingen worden op andere momenten gepland, dan de zogenaamde 10 minuten gesprekken en kunnen ook vaker dan 3 x per jaar voorkomen.

 

De groepen 6, 7 en 8 krijgen in het rapport een “extra” rapportage. Hierin staan de beoordelingen van de werkstukken, boekverslagen en dergelijke vermeld.

 

 

 

 

CITO resultaten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitstroomgegevens

2.3 De kwaliteit van onze school

 

Van bijna alle adviezen die we gegeven hebben voor het voortgezet onderwijs, hebben de kinderen het onderwijs gevolgd dat is geadviseerd of ze volgen dit onderwijs nog steeds. Dit betekent dat de adviezen die we geven, doorgaans aansluiten bij het niveau en de ontwikkeling van het kind. De kwaliteit van een school valt niet alleen af te lezen aan de resultaten van bijvoorbeeld een CITO-toets. Ieder jaar hebben we te maken met andere leerlingen en in het kader van ‘Weer Samen Naar School’ krijgen wij meer ‘zorgleerlingen’. Hieronder een overzicht van de resultaten van de Cito Eindtoets. Het gaat hier om de totaalscore van onze kinderen afgezet tegen de totaalscore van alle deelnemende scholen.

 

Overzicht CITO resultaten van de afgelopen drie jaar:

Schooljaar

Onze CITO-score

Landelijk gemiddelde

2008-2009

538,4

535,2

2009-2010

539

534,9

2010-2011

538,3

535,1

 

Wij zijn van mening dat een kwalitatief goede school een school is die op alle gebieden uit een kind haalt wat erin zit en betrouwbare adviezen geeft voor het te volgen voortgezet onderwijs.

Om dit te kunnen bereiken moet de school steeds in ontwikkeling blijven. Wij plannen daarom jaarlijks een aantal activiteiten die gericht zijn op verbetering van ons onderwijs.

 

Uitstroom kinderen uit groep 8 in 2011:

Soort Onderwijs en school

Aantal leerlingen

VMBO-T Citaverde

2

VMBO-T-Plus Broekhin

3

MAVO Roermond

7

MAVO Roermond Kansklas

7

HAVO/VWO Broekhin

3

HAVO/VWO Schöndeln

15

VWO-TTO Broekhin

2

VWO Ursula Horn

1

 

 

 

 

 

 

2.4 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs

 

Terugblik en vooruitblik

Afgelopen jaar hebben we wederom gewerkt met een managementteam.

De directie, de bouwcoördinatoren en de ib-ers vormen een professionele eenheid waarbinnen ontwikkelingen op een effectieve manier aangestuurd kunnen worden.

Jaarlijks bepalen we welke stappen we moeten zetten om te komen tot een ideale Aan de Roer waarna we jaarlijks bekijken of de ondernomen acties ertoe hebben geleid dat we in de goede richting zitten.

 

Onderwijs-begeleiding

Eduforte (de onderwijsbegeleidingsdienst) geeft ons jaarlijks advies ten aanzien van het begeleiden van (zorg)leerlingen. Zij ondersteunt ons tevens bij het uitvoeren van deze adviezen in de praktijk. 

 

Weerbaarheid

We hebben wederom zeer positieve ervaringen opgedaan met de weerbaarheidstraining (Rots en water) in alle groepen. We dragen er zorg voor dat deze groepen minimaal 1 keer de training doorlopen. Waar nodig zal een herhaling- of opfriscursus worden ingebouwd. We zijn er trots op dat 1 van onze eigen leerkrachten (juf Ilse Coonen-Hof) de training geeft en een aantal groepen begeleidt..

 

Meervoudige intelligentie

 

Onder leiding van Thijs Soeting van Bazalt hebben we ons voor het tweede jaar verdiept in Meervoudige Intelligentie.

Meervoudige Intelligentie (MI) is een concept dat er vanuit gaat dat er niet één, maar meerdere intelligenties bestaan. Elk mens heeft een ‘mentale vingerafdruk’: een persoonlijk profiel van sterker en minder sterk ontwikkelde intelligenties. Die zijn voor 45% door aanleg bepaald en voor gemiddeld 55% sterk ontwikkelbaar. Om alle leerlingen te bereiken en om verschillende vormen van intelligentie te ontwikkelen, moeten we op uiteenlopende manieren lesgeven en onze leerlingen gevarieerde werkvormen aanbieden.

Het onderzoekswerk en de theorie van Prof. Dr. Howard Gardner geeft ons een denkkader waarmee we meer greep krijgen op het ontwikkelingspotentieel van kinderen. Op basis van uitvoerig onderzoek komt hij tot acht intelligenties die zich – hoewel in sterke samenhang – zelfstandig ontwikkelen. Een mens is in ieder van die intelligenties meer of minder sterk. En dat geldt ook voor de diverse aspecten binnen ieder van de acht intelligenties. De acht intelligenties geven in feite een indeling, een ordening voor het ontwikkelingspotentieel van elke leerling. De acht intelligenties zijn:

  1. Woord knap
  2. Reken/redeneer knap
  3. Beeld/ruimte knap
  4. Muziek knap
  5. Lijf/beweging knap
  6. Natuur knap
  7. Mensen knap
  8. Zelf knap

De afspraken rondom Coöperatief leren en Meervoudige Intelligentie (MI-COOP) zijn voor de groepen 1 t/m 8 vastgelegd. Leerkrachten zijn volop bezig met het toepassen van de werkvormen binnen de reguliere methodes.

De beschrijvingen van de meest gebruikte didactische structuren en de bijbehorende pictogrammen zijn in iedere klas aanwezig.

Zorg

 

 

 

 

Naar aanleiding van de toetsen die we afnemen vinden er jaarlijks in de bouwvergadering gesprekken plaats over de signalering, analyse en diagnose N.a.v. de diagnose wordt voor individuele leerlingen en/of voor een groep leerlingen een handelingsplan opgesteld. Tevens vinden er leerling-besprekingen (volgens de intervisiemethode) in de bouw plaats.

Van de opgestelde handelingsplannen wordt het effect bepaald en brengen we in kaart in hoeveel gevallen dit leidde tot een vervolg van het reguliere onderwijsproces zonder extra hulp.

 

Technisch lezen

 

De groepen 3 t/m 6 werken sinds vier jaar met instructie lezen waardoor de leerlingen ieder op hun eigen niveau aandachtspunten krijgen voordat ze gaan lezen. We merken dat dit goede resultaten oplevert.

De groepen 3 hebben het werken met het circuitmodel uitgebreid waardoor de kinderen op niveau kunnen werken met gevarieerd materiaal. De vernieuwde methode Veilig leren lezen is ingevoerd.

De groepen 1 / 2 hebben verder vormgeven aan de lees- en schrijfhoek in de klas. Groep 1, 2 en 3 heeft tevens de verteltas, de abc muur, het woordveld en de pictogrammen voor een boekbespreking ingevoerd.

Dit alles is in het kader van de invoering van tussendoelen gebeurd. Willen kinderen een bepaald einddoel bij lezen in de eerste groepen kunnen bereiken dan moet eerst het tussendoel bepaald worden. Inmiddels is er aan de hand van de tussendoelen een doorgaande lijn opgesteld.

 

ICT

 

 

Wij hebben in de voorgaande schooljaren een nieuwe structuur binnen de school opgezet. Zowel op het hoofdgebouw als op de dependance kunnen we alle softwarepakketten gebruiken en beheren. Het technische beheer hebben wij voor een groot deel uitbesteed aan een extern bedrijf.

Zo is onder andere ons leerlingvolgsysteem compleet geautomatiseerd.

Het is onze doelstelling om het gebruik van de computer ter ondersteuning van ons onderwijs te intensiveren. Nieuwe ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd. Zowel dependance als hoofdgebouw zijn voorzien van een multimedia- omgeving waardoor we de mogelijkheid hebben om aan grotere groepen te presenteren.

Het afgelopen jaar zijn de volgende punten gerealiseerd:

  • Het gebruik van de digitale schoolborden is geëvalueerd.
  • Ontwikkeling van beleid t.a.v. specifieke mogelijkheden computergebruik in de bovenbouw. We denken hier o.a. aan powerpoint, uitbreiding Microsoft Word, enz.
  • Gebruik van het programma Maatwerk binnen de RT en in de groep
  • Evalueren bestaande software en verdere uitbreiding van het gebruik binnen de groepen.
  • Software voor de onderbouw (groepen 1-2) is uitgebreid met Kleuterplein.
  • Installatie van nieuwe computersoftware en  bestaande software is geupdated
  • Website is geactualiseerd.
  • Updates Rovict m.b.t. nieuwe CITO-toetsen zijn geinstalleerd.
  • Didactisch leerlingvolgsysteem  ESIS B en administratiesysteem ESIS A zijn webbased geworden.
  • Aanschaf en gebruik van SCOL (webbased)
  • Evaluatie en eventuele bijsturing van het ICT-beleid
  • Voorbereiding verhuizing computereiland naar het hoofdgebouw

 

Bedrijfshulp-verlening

In het kader van veiligheid binnen de school volgen 14 teamleden jaarlijks de herhalingscursus bedrijfshulpverlening. Daarnaast volgen twee bedrijfshulpverleners de herhalingscursus ploegleider.

 

Veiligheid/Arbo

Afgelopen jaar hebben we weer een heel aantal acties uitgevoerd wat betreft de veiligheid en hygiëne op onze school.

Daarnaast hebben we een RIE (Risico Inventarisatie – en Evaluatie) afgenomen ter voorbereiding op 2011-2015. Naar aanleiding daarvan is een plan van aanpak voor de komende vier jaren gemaakt.  De ARBO werkgroep is verantwoordelijk voor de planning en de uitvoering ervan.

In juni heeft de ARBO werkgroep het veiligheidsverslag gemaakt. In dit verslag staan de aandachtspunten voor het komende jaar. Dit verslag wordt jaarlijks met de MR besproken.

 

Verkeerscommissie

De afgelopen jaren is er met veel inspanning door de Verkeerscommissie getracht om de verkeerssituatie rondom het hoofdgebouw en de dependance te verbeteren. De veiligheid van kinderen, ouders en leerkrachten is sinds de oprichting van onze school een belangrijk aandachtspunt.

Jaarlijks neemt de Verkeerscommissie samen met de Gemeente, andere scholen en instanties deel aan het VEBO overleg. Tijdens dit overleg

worden er allerlei activiteiten ontplooid om de veiligheid te
verhogen en probeert onze verkeerswerkgroep aanpassingen in de infrastructuur gedaan te krijgen. Dit o.a. met behulp van een verkeersanalyse. Knelpunten die hieruit naar voren komen krijgen de aandacht en we mogen ons verheugen dat een aantal al is gerealiseerd!
Het fietspad van de Hambeek richting de rotonde van de Burg. Geuljanslaan
is er gekomen met hekken voor de veiligheid van de kinderen.
De parkeerverbod voor het hoofdgebouw en voor de poort van de dependance.
Daarnaast hebben we het veiligheidslabel opnieuw mogen ontvangen, dat aangeeft dat we op de goede weg zitten met het verkeersbeleid op onze school.
Ook zijn er op verschillende tijdstippen acties en projecten die we houden om de veiligheid nog eens onder  de aandacht te brengen.
Hierbij kunt u denken aan: De scholen zijn begonnen, week van de vooruitgang,  groene voetstappen, Streetwise en ludieke acties zoals bijvoorbeeld “Vergeet me niet “waarin nog eens wordt aan gegeven wat de regels zijn op en rond onze  twee locaties m.b.t. het brengen en halen van de kinderen. We verzekeren u dat de veiligheid van ons allen ook dit jaar de nodige aandacht zal  krijgen.
 

Cultuur

Tot nu toe heeft de school altijd veel aandacht besteed aan cultuuronderwijs. Zo worden er o.a. een aantal cultuuruitstapjes gepland.

Wij hebben een cultuurcoördinator (juf Liesbeth van de Ven) op onze school. Zij heeft samen met het team beleid vastgesteld ten aanzien van cultuur en een evenwichtig programma opgesteld zodat alle kinderen tijdens hun schoolloopbaan op Aan de Roer een aantal culturele activiteiten meemaken.   

 

Kwaliteitszorg

In maart 2010 hebben we een regulier Kwaliteitsbezoek van de inspectie van het Primair Onderwijs gehad. Uit het onderzoek bleek o.a. dat de resultaten van onze leerlingen aan het einde van hun schoolloopbaan  significant boven het niveau liggen dat op grond van de kenmerken van de leerlingengroep mag worden verwacht. Tevens is gebleken dat wij zorg dragen voor het behoud en verbetering van de kwaliteit van ons onderwijs. Meer informatie kunt u vinden via de website van de onderwijsinspectie www.onderwijsinspectie.nl.

Naast de bevindingen van de inspectie willen wij graag van ouders en kinderen weten hoe zij onze school ervaren. Om deze reden houden wij met regelmaat een enquête waarvan we de uitslag in een extra infobulletin zullen presenteren. De werkpunten die passen binnen onze schoolontwikkeling zijn verwerkt in het schoolplan 2011-2015.

 

De Intern begeleider als coach

De IB-ers zijn dit schooljaar bezig geweest met de begeleiding van de leerkrachten bij de invoering van Meervoudige Intelligentie en Coöperatief leren.

 

Wetenschap en Techniek

Er is vorm gegeven aan het plan dat in 2009 is opgesteld getiteld “Aan de slag met techniek op aan Roer”. Wetenschap en techniek speelt in principe bij alle vakgebieden een rol. Voor alle kinderen liggen hier kansen. Wetenschap en Techniek leert kinderen o.a. verbanden leggen, plannen, samenwerken en problemen oplossen.

Drie van onze leerkrachten hebben zich verdiept in de mogelijkheden van wetenschap en techniek binnen ons onderwijs (juf Wendy Kicken, juf Henriette Kuijper en juf Marianne Schoolmeesters). Zij hebben het techniekplan van Aan de Roer verder uitgewerkt.  

In dit derde projectjaar hebben de volgende activiteiten plaatsgevonden:

  • Het verder uitzetten van de grote lijnen samen met het team
  • Enthousiasmeren, activeren en scholen van de leerkrachten
  • Scholen van de coördinator
  • Ervaring opdoen met verschillende techniekactiviteiten
  • Wetenschap- en techniekmiddag
  • Wetenschap- en techniekactiviteiten koppelen aan de eigen methodes
  • Keuze maken uit techniekkasten en overige materialen

 

Implementatie

Kleuterplein

De methode Kleuterplein is twee jaar geleden ingevoerd. Met Kleuterplein ontdekken en ervaren kleuters de wereld om hen heen. Kleuterplein gaat uit van de individuele ontwikkeling en de beleving van de kleuter. De kleuters leren zo door spelen en doen. Kleuterplein is meer dan alleen taal en rekenen: ook motoriek, wereldoriëntatie, muziek, voorbereidend schrijven en sociaal-emotionele ontwikkeling komen aan bod. Kleuterplein biedt daarmee een perfecte doorgaande lijn naar alle vakken en methodes van groep 3. Kleuterplein is het afgelopen jaar verder geïmplementeerd

 

SCOL

De Sociale Competentie ObservatieLijst (SCOL) is een leerlingvolgsysteem voor sociale competentie. Wij hebben de SCOL het afgelopen schooljaar ingevoerd. Hierdoor kunnen we kinderen beter begeleiden in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Het waarborgen van een doorgaande lijn van groep 1 t/m 8 is hierbij voor ons zeer belangrijk.  

 

Toetsen

Enkele CITO toetsen zijn vernieuwd: Spelling en begrijpend lezen voor groep 6 en Rekenen en wiskunde voor groep 7.

 

Engels

De nieuwe methode Take it easy is ingevoerd in de groepen 7 en 8.

 

IPB

De stichting Swalm en Roer heeft een nieuw systeem voor het IPB (Integraal Personeelsbeleid) opgesteld voor alle scholen van de stichting. Het team  heeft hierover een studiemiddag bijgewoond waarbij informatie werd verstrekt en de stand van zaken betreffend IPB op Aan de Roer werd opgemaakt. Thema’s waren: de Wet BIO (waaronder het vakbekwaamheiddossier), de gesprekkencyclus, de ipb-audit en het beoordelingsgesprek. Het hieruit voortgekomen werkplan is leidraad voor de komende vier jaren.

 

Visie

Samen met een externe deskundige  hebben we een intensief traject gevolgd om onze missie en visie te herijken en zo nodig aan te passen. Het resultaat ervan is terug te vinden in het schoolplan en hoofdstuk 1 van onze schoolgids.

 

Belangrijkste werkpunten voor het schooljaar 2011-2012

De leerdoelen en leerinspanningen van leerkrachten met betrekking tot onderwijs op maat voor het komende schooljaar (2011-2012) hebben betrekking op: 

Sociaal-emotionele ontwikkeling: We dragen er zorg voor dat alle kinderen minimaal 1 keer de training Rots en water doorlopen. Structureel wordt een herhaling- of opfriscursus ingebouwd. Juf Ilse gaat deze training dit jaar geven net zoals de lessen aan alle groepen. Op deze manier zal het Rots en Water principe door de school gebruikt gaan worden en ontstaat er een doorgaande lijn.

MI-COOP: We gaan ons nu vooral richten op het plannen van activiteiten  die een beroep doen op een bepaalde intelligentie. De verschillende intelligenties zullen verder uitgediept worden en er worden nadere afspraken gemaakt.

 

Vakwerkgroepen: In het kader van deskundigheidsontwikkeling gericht op kwaliteitsverbetering van ons onderwijs stellen we 5 vakwerkgroepen op. Het betreft de onderwerpen: meer- en hoogbegaafdheid, wetenschap en techniek, dag- en weektaken, MI COOP en kleuters (o.a. volgsysteem en intakeprocedure).

 

Nieuwe methode Wereldoriëntatie invoeren van de nieuwe versie van “Wijzer door” voor de groepen 5 tot en met 8.

 

Wetenschap en Techniek: Implementatie van het wetenschap- en techniekplan, het scholen van leden van de vakwerkgroep en het management.

 

Missie / visie: Specifieke doelen en activiteiten zullen gekoppeld worden aan de missie en visie van de school. De eerste twee bijeenkomsten zal Habilis ons hierin begeleiden.   

 

ICT:

  • Ervaring opdoen met touch screens in met name groepen 3
  • Ontwikkeling van beleid t.a.v. specifieke mogelijkheden computergebruik in de bovenbouw: 0.a. aan PowerPoint, uitbreiding Microsoft Word, enz.
  • Gebruik van het programma Maatwerk binnen de RT en in de groep
  • Evalueren bestaande software en verdere uitbreiding van het gebruik binnen de groepen
  • Software voor de onderbouw (groepen 1-2) vanuit de methode Kleuterplein zal worden geëvalueerd
  • Installatie van nieuwe computersoftware en  bestaande software is geüpdatet
  • Website is geactualiseerd

 

Integraal personeelsbeleid (IPB): Het nieuwe beleid zal verder vorm gegeven worden.  Ingezet wordt op het opstellen van een vakbekwaamheiddossier, de gesprekkencyclus en opbrengstgericht werken.

 

Meer- en hoogbegaafdheid: Op stichtingsniveau starten twee plusklassen. Onze vakwerkgroep meer- en hoogbegaafdheid zal samen met de ib-ers zal beleid ontwikkelen om deze kinderen zo optimaal mogelijk op te vangen. 

 

Schoolplan: We starten met een nieuw schoolplan waarin de evaluatie van 2007-2011 is meegenomen net als de resultaten uit de ouder- en kind enquête en de aandachtspunten vanuit het inspectierapport

 

 

Overige werkpunten zijn te vinden in de managementsrapportage waarmee we verantwoording afleggen aan het bestuur van de Stichting Swalm en Roer.




 

 

 

 

 

 

Kleuters

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. De zorg voor onze leerlingen

 

3.1 Gewenning

 

De vierde verjaardag van een kind is een belangrijke gebeurtenis. Het kind gaat een nieuwe stap zetten in het leven. Het is daarom erg belangrijk dat dit moment zo goed mogelijk wordt begeleid. Daarom mag een kleuter vanaf zijn vierde verjaardag (in overleg met de leerkracht) langzaam wennen aan het naar school gaan. Zo kan de leerkracht extra tijd besteden aan het nieuwe kind. Het is mogelijk dat wanneer een kind later in het jaar vier wordt, het nog niet of niet volledig naar school kan komen. In sommige gevallen kan het voorkomen dat het kind moet wachten tot het nieuwe schooljaar.

Opgroeien kost energie en daarom kan het voor vierjarigen vaak uiterst ver­moeiend zijn om vier dagen per week op school te zijn. In zo’n geval kan in overleg met de groepsleer­kracht worden besloten het kind, in een vast ritme, enkele middagen thuis te laten zodat het de volgende dag weer fit is om naar school te komen.

 

Oudere leerlingen

De oudere leerlingen die bij ons op school komen, nodigen we samen met hun ouders uit voor een kennismakingsgesprek. Voor kinderen die een schooloverstap maken na de grote vakantie, is er de wisseldag. In principe is het is niet mogelijk (behalve bij verhuizingen of speciale omstandigheden) om tussentijds van school of klas te veranderen.

 

Wisseldag

Op het einde van het jaar vindt de wisseldag plaats. Alle kinderen zitten dan voor één dag in de klas waar ze het volgende schooljaar komen te zitten. Op deze manier proberen we kinderen zo goed mogelijk voor te bereiden op dat wat er gaat gebeuren in het nieuwe schooljaar.

 

 

 

Intakegesprek kleuters

3.2 Intakegesprek

 

Ongeveer twee maanden voordat een kind vier jaar wordt, nemen we contact op met de ouders voor een intakegesprek. We willen graag weten hoe de ontwikkeling van het kind verlopen is, zodat we hierop kunnen aansluiten. Daarom vragen we ouders een uitgebreid vragenformulier in te vullen, zodat we gerichte vragen kunnen stellen tijdens het intakegesprek. Indien nodig nemen we, na overleg met de ouders, contact op met de peuterspeelzaal, het kinderdagverblijf of externe deskundigen zoals de logopediste.

Intakegesprek oudere leerlingen

Voordat een leerling bij ons komt, willen directeur en/of ib-er kennismaken met ouders en kind. We vinden het belangrijk om op de hoogte te zijn van het gedrag, de leervorderingen en schoolresultaten zodat we goed kunnen aansluiten bij de beginsituatie. We nemen ook altijd contact op met de vorige school. Tevens ontvangen we van de oude school een onderwijskundig rapport. De afspraak binnen de stichting Swalm en Roer is dat overstappen gedurende het schooljaar niet mogelijk is tenzij er sprake is van een verhuizing of een bijzondere situatie.

 

 

 

Allergie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Trakteren

3.3 Kinderen met een allergie

 

Als een kind van onze school een allergie heeft op het gebied van voeding of anderszins, willen wij hiervan op de hoogte zijn. We verzoeken de ouders van deze kinderen om de vragenlijst hieromtrent (verkrijgbaar bij de leerkracht) zo nauwkeurig en duidelijk mogelijk in te vullen en aan de leerkracht te retourneren. We houden een allergieklapper bij zodat we beschikken over de recente gegevens. Doel daarbij is dat bij de te organiseren (schoolse) activiteiten, ook het kind met een allergie een traktatie krijgt die het mag hebben en die het kind ook lekker vindt. De klapper wordt ieder schooljaar bijgewerkt, zodat hieruit een uniforme aanpak voor de diverse activiteiten voortvloeit.

 

3.4 Trakteren

 

Met ingang van schooljaar 2006 – 2007 hebben wij het trakteren door kinderen afgeschaft. Alleen bij verjaardagen van leerkrachten en schoolfeesten wordt er getrakteerd. Uiteraard staat de gezondheid van de kinderen hierbij  voorop en wordt er rekening gehouden met allergieën.

Wij vinden het heel belangrijk dat elk kind aandacht krijgt als er iets te vieren valt. De leerkracht zal er voor zorgen dat dit  niet ongemerkt voorbij gaat!

 

 

 

Leerling-volgsysteem

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Cito Taal voor kleuters en Cito Ordenen

 

 

 

 

 

CITO

 

 

 

 

 

SCOL

3.5 Leerlingvolgsysteem

 

Vanaf het moment dat een kind bij ons op school komt, wordt de ontwikkeling nauwkeurig gevolgd. Door regelmatige observaties en toetsen brengen we de ontwikkeling in kaart. Dit doen we niet alleen met methodeafhankelijke toetsen (waarmee we meten wat een kind van de lessen heeft geleerd) maar ook met methodeonafhankelijke toetsen waarin we zien wat het niveau van een kind is als we het vergelijken met het niveau van de gemiddelde Nederlandse leerling. We noemen dit een leerlingvolgsysteem en dit heeft als doel om problemen te signaleren en in een vroeg stadium te verhelpen. Uiteraard ontstaat zo ook een beeld van het totale onderwijs van onze school. Ook dat totaalbeeld bekijken en bespreken we, zodat we ons onderwijs steeds kunnen aanpassen en verbeteren.

In de groepen 1-2 maken we gebruik van het leerlingvolgsysteem dat gericht is op de algemene leervoorwaarden en de sociaal-emotionele ontwikkeling. We observeren de leerlingen met behulp van een door PRAVOO ontwikkelde observatielijst en nemen in groep 1 Cito Taal voor kleuters af en in groep 2 Cito Taal voor kleuters en ordenen. Hiermee kunnen we aantonen of een leerling voldoet aan de specifieke leervoorwaarden voor groep 3. De observatielijsten kunnen aanleiding zijn om tot verdiept onderzoek over te gaan. Hiervoor gebruiken wij de genormeerde CITO-toetsen en de lees- en spellingsvoorwaarden.

 

Vanaf groep 3 worden de vorderingen op het gebied van lezen, taal en rekenen enkele keren per jaar getoetst met landelijk genormeerde toetsen van het CITO (Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling). Soms geven de prestaties en/of het gedrag in en buiten de klas aanleiding om extra maatregelen te nemen.

 

Vanaf groep 3 volgen wij de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen middels de SCOL (Sociale Competentie Observatie Lijst). De groepsleerkracht vult dit instrument twee keer per jaar in.

 

 

 

Extra zorg op groepsniveau

 

 

 

 

 

 

 

 

Extra zorg op schoolniveau

3.6  Speciale leerlingenzorg

 

Er zijn drie niveaus van extra zorg te onderscheiden.

Bij extra zorg op groepsniveau gaat het om onderwijs in de eigen groep, waarbij de leerkracht, waar mogelijk, rekening houdt met verschillen tussen de leerlingen. Hierbij kan men denken aan het tempo, het materiaal, de oplossingsstrategie of het niveau. Wanneer op groepsniveau sprake is van extra zorg betreft het extra steun die door de eigen leerkracht wordt gegeven. De leerkracht signaleert een probleem, bespreekt dit vroegtijdig met de ouders en beslissingen over extra zorg worden door hen samen, soms in overleg met de interne begeleider, genomen.

 

Bij deze zorg gaat het om extra steun die door anderen dan de eigen leerkracht wordt verleend. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen interne en externe ondersteuning.

 

Interne ondersteuning

Extra hulp kan rechtstreeks ten goede komen van het kind. In overleg met de leerkracht kan besloten worden om begeleiding binnen de groep door de leerkracht en/of buiten de groep door de interne begeleider te laten plaatsvinden (bijvoorbeeld extra instructie, eigen leerlijn, remedial teaching).

 

Externe ondersteuning

De externe ondersteuning kan plaats vinden door bijvoorbeeld een ambulante begeleider van een school voor speciaal basisonderwijs, een medewerker van de onderwijsbegeleidingsdienst (Eduforte) of een medewerker van een instelling voor jeugdhulpverlening. Ook zijn er leerlingen die hulp krijgen bij een externe remedial teacher.

Beslissingen over hoe het kind het best begeleid en opgevangen kan worden, worden dan uiteindelijk genomen door de ouders, de leerkracht en de interne begeleider.

 

Samenwerking met externen via het Zorg en Advies Team (ZAT)

 

Elke school moet er voor zorgen dat de leerlingen zo goed mogelijk de school doorlopen. Soms is daarbij extra zorg nodig. Dat kan zorg zijn op het gebied van leren, maar ook zorg op het gebied van gedrag, of zorg omdat een leerling niet lekker in zijn vel lijkt te zitten. Soms heeft de school bij het begeleiden van zorgleerlingen hulp van anderen nodig. De school werkt daarvoor samen met mensen die deskundig zijn op dat gebied, b.v. mensen van de onderwijsbegeleidingsdienst, of mensen van Bureau Jeugdzorg (BJZ), en het Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). Net zoals de meeste andere scholen in Roermond en omgeving, werkt Aan de Roer samen via een ZAT. Dit betekent een Zorg en Adviesteam. In het ZAT zit een vaste medewerker van school (de intern begeleider), en ook vaste medewerkers van BJZ, AMW en Jeugdgezondheidszorg. Als het nodig is, kunnen er soms ook andere deskundigen bij zitten, b.v. de leerplichtambtenaar, of iemand van de onderwijsbegeleidingsdienst, of ambulante begeleiders vanuit het speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs.

Wij willen er zo voor zorgen dat er op tijd de goede zorg wordt gegeven, het liefst als de problemen nog niet te groot zijn. Ook willen we dat school en deskundigen buiten de school goed samenwerken, en samen één plan maken voor een kind. We hopen dat de drempel naar de hulpverlening niet zo hoog is als we vanuit de vertrouwde omgeving van de school de zorg aanbieden of op gang brengen.

 

De werkwijze

Op geregelde tijdstippen (minimaal 4 maal per jaar)  komt het ZAT op school bij elkaar om te spreken over leerlingen die extra zorg nodig hebben. Ook buiten de bijeenkomsten van het ZAT houdt de intern begeleider, als dat nodig is, contact met de betrokken instellingen.

In het ZAT wordt besproken hoe we met een bepaald probleem om kunnen gaan. Kan de intern begeleider zelf  aan de slag, of is er hulp nodig van de deskundigen? En welke hulp is dan het beste?

Ook bespreken we wat er gebeurd is met de leerlingen die tijdens de vorige bijeenkomsten besproken zijn. Is de hulp al gestart? Heeft het gewerkt? Moeten we nog andere afspraken maken?, enz.

Verder kunnen we vanuit het ZAT nog de volgende dingen doen:

  • Bespreken wat de intern begeleider of de leerkracht nodig heeft aan adviezen om zelf met het probleem verder te kunnen.
  • Een gesprek houden op school met de ouders om adviezen te geven of om te proberen dat de ouders hulp aanvaarden.
  • Het kind bekijken in de klas om te zien hoe het daar met hem gaat.
  • De plannen van school en de plannen van de hulpverlening goed bij elkaar aan laten sluiten, zodat het één plan wordt voor een kind.
  • Hulpgesprekken organiseren op vraag van de ouders zelf.
  • Hulp of gesprekjes vanuit jeugdzorg of maatschappelijk werk organiseren met de kinderen zelf.

 

Als we een leerling willen bespreken in het ZAT of met andere hulpverleners, zal de school hiervoor altijd eerst schriftelijk toestemming aan de ouders vragen. Het is mogelijk om een leerling anoniem te bespreken in het ZAT wanneer ouders geen toestemming hebben gegeven.

 

Omgaan met leerlinggegevens

De gegevens van de leerlingen die de school verzamelt in het ZAT, maar ook de informatie die de school krijgt van de ouders, of de meer algemene informatie over de leerling (zoals de naam en het adres, het verzuim, de toetsresultaten, enz.) komen allemaal in het leerlingdossier van de leerling te staan.

Al deze informatie is nodig om de leerling goed onderwijs en goede zorg te kunnen geven.

We gaan heel zorgvuldig om met deze gegevens. Dat moeten we ook, omdat dat valt onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Wilt u meer weten over deze wet kijk dan op http://www.cbpweb.nl. Deze wet is er om ervoor te zorgen dat gegevens over personen zorgvuldig gebruikt worden, en dat er geen misbruik van deze gegevens gemaakt wordt.  Daarom mogen de gegevens van het leerlingdossier alleen binnen de school gebruikt worden. De ouders moeten dan ook altijd eerst toestemming geven als de school informatie over de leerling wil bespreken met anderen, of als anderen informatie over een leerling willen vragen bij de school.

 

Als u vragen hebt  over het leerlingdossier of over het zorgoverleg in de school, neem dan contact op met de interne begeleiders.

Extra zorg op bovenschools niveau

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van groep 2 naar groep 3

Hierbij gaat het om extra zorg waarbij de hulp van andere scholen nodig is. Vaak gaat het om speciale scholen voor Basisonderwijs. Het kan voorkomen dat een leerling van onze school begeleid wordt door een leerkracht uit het Speciaal Onderwijs. We noemen dit (preventieve) ambulante begeleiding.

Als deze vormen van extra zorg niet toereikend zijn voor een kind zal er in overleg een andere school gezocht moeten worden.

Binnen elk samenwerkingsverband is een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) werkzaam die in elk geval beoordeelt of de plaatsing van een leerling op een speciale school noodzakelijk is.

 

3.7 Van Groep 2 naar Groep 3

 

De inspectie stelt dat kinderen die voor 1 oktober met het onderwijs begonnen zijn, aan het eind van het instroomschooljaar naar groep 2 moeten en een jaar later naar groep 3.

 

Onze school neemt  primair de ontwikkeling van het individuele kind als uitgangspunt voor de beslissing over doorstroming of verlenging.

Voor bepaalde kinderen is het beter om de leertijd te verlengen omdat zij dan meer tijd krijgen voor het bereiken van de ontwikkelingsdoelen. Er kan zodoende een doorgaande ontwikkeling worden gewaarborgd die in andere gevallen tot een geforceerde ontwikkeling of ontwikkelingshiaten zou kunnen leiden.

Wanneer op grond van het leerlingvolgsysteem in maart/april vermoed wordt dat een groep 2-leerling problemen zal ondervinden in groep 3, stelt de school de ouders hiervan op de hoogte. Vervolgens volgt de school de maanden daarop nauwlettend de ontwikkeling van het kind. Met de verkregen informatie gaat de school opnieuw in gesprek met ouders. Na dat gesprek neemt de school uiterlijk in juni intern een besluit over het schoolvervolg. De school streeft naar een besluit dat dooralle betrokkenen gedragen wordt. De praktijk leert dat wij als school op grond van onze ervaring een goede inschatting kunnen maken over de kansen en risico’s van het onderwijs in groep 3 voor kinderen van groep 2.

Over het algemeen geldt dat kinderen bij wie overwogen wordt om vroegtijdig naar groep 3 te gaan een duidelijke voorsprong moeten hebben op leeftijdsgenoten, alles goed mee kunnen doen met groep 2 en liefst nog iets beter presteren, gedurende langere tijd. Dit omdat er bij veel kinderen in de kleuterleeftijd sprake is van ontwikkelingsvoorsprongen die later weer ingelopen kunnen worden door de anderen.

Er blijft sprake van uitzonderingen omdat in groep 2 veel aandacht geschonken wordt aan de brede ontwikkeling van de kinderen en in groep 3 meer aandacht is voor het cognitieve aspect. Dit is iets waar kinderen wel aan toe moeten zijn.

In geval van vroegtijdig naar groep 3 gaan, beslist de leerkracht van het kind. Zij heeft de kinderen twee jaar in de groep gehad en heeft een beeld van de leerling. Als een kind een ontwikkelingsvoorsprong heeft en de leerkracht heeft beslist dat het beter is om toch in groep 2 te blijven, wordt het kind goed begeleid. Gedurende het schooljaar wordt het kind gestimuleerd om oefeningen en activiteiten te gaan doen op een moeilijker niveau dan de andere kinderen. Het kind wordt uitgedaagd en geprikkeld met gevarieerde materialen en krijgt oefeningen en opdrachten op zijn niveau. 

Voor leerlingen die van een andere school instromen geldt het advies van de school waar het kind vandaan komt. In geval van twijfel voert de school zelf een onderzoek uit.

 

 

 

 

 

 

 

Weer Samen Naar School

 

3.8 Samenwerkingsverband Swalm en Roer

 

Onze school participeert in het samenwerkingsverband Swalm en Roer dat bestaat uit 26 basisscholen en een school voor speciaal basisonderwijs. Deze scholen zijn verspreid over twee gemeenten: Roerdalen en Roermond.

In het SWV Swalm en Roer functioneren 2 schoolbesturen:

-          Stichting Swalm en Roer voor Onderwijs en Opvoeding

-          Stichting Pallas te Arnhem

 

Het beleid is vastgelegd in het Zorgplan 2008-2009. Dit beleidsplan vormt de basis voor het onderwijskundig beleid en met name het zorgbeleid van alle scholen.

In beleid staat de volgende visie centraal:

De beste zorg voor leerlingen is goed onderwijs. Het is goed onderwijs waar het SWV Swalm en Roer voor wil gaan. Voor het samenwerkingsverband is de ideale school een school waar iedere leerling, meer, minder of anders getalenteerd, zich kan ontpooien in een prettig klimaat.

Basisgedachte hierbij is dat verschillen tussen leerlingen vanzelfsprekend zijn. Wij hebben te maken met veranderende kinderen in een veranderende omgeving. Het vraagt, naast een grote inzet, andere accenten op pedagogische en didactische kwaliteiten om zo goed mogelijk bij de verschillen en behoeften van leerlingen aan te sluiten.

 

Het inhoudelijk beleid wordt geïnitieerd en aangestuurd door een coördinator die functioneert onder leiding van het bestuur van het samenwerkingsverband.

Uitvoering van het beleid vindt hoofdzakelijk plaats op schoolniveau onder verantwoordelijkheid van directies en IB-ers. Daarnaast kunnen werkgroepen worden gevormd die activiteiten uit het Zorgplan voorbereiden, uitvoeren of coördineren.

In het Samenwerkingsverband functioneert een Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). De PCL heeft tot taak te beoordelen of en welke bovenschoolse zorg voor een leerling noodzakelijk is en of een SBO beschikking gewenst is.

De taken, verantwoordelijkheden en werkwijze van de PCL zijn nader uitgewerkt in het Huishoudelijke Reglement PCL (met daaraan gekoppeld de klachtenregeling).

 

Vestigingsadres SWV:                         Stichting SWV Swalm en Roer

                                                           Postbus 606

6040 AP Roermond
Telefoon: 06-46129670
Website: www.swv-swalm-roer.nl
E-mail: info@swv-swalm-roer.nl

Vestigingsadres PCL:                           PCL - SWV Swalm en Roer

Postbus 606

6040 AP  Roermond

 

Bestuur SWV Swalm en Roer:

Voorzitter:                                          dhr. T.Timmermans

(bestuurslid  Swalm en Roer)    

                                                          

Secretaris/penningmeester                 dhr. A. Uiting

(bestuurslid Swalm en Roer)

 

Lid:                                                     vacature (bestuurslid Pallas)

 

Coördinator:                                        dhr. T. Titulaer

 

PCL:

Voorzitter: drs. Marieke Wissing
Ambtelijk secretaris: mevr. Louke van Cruchten
Leden:
drs. Helmine Steijvers (psycholoog/orthopedagoog)
mevr. Manon Boerland (IB BAO)

dhr. Jozef Reinders (dir SBO)

Voor meer informatie zie de website van het samenwerkingsverband: www.swv-swalm-roer.nl

 

De extra leerlingenzorg wordt gecontinueerd in het vervolgonderwijs

Op de meeste basisscholen zitten kinderen die extra zorg krijgen. Voordat de school met de extra hulp start, wordt de vraag gesteld: “Kunnen we dit zelf, of is er op de speciale (basis)school een betere plek voor onze leerling? In toenemende mate is het antwoord: “Ja, dat kunnen we zelf”.

Het beleid achter deze ontwikkeling heet: Weer Samen Naar School (WSNS).Daarnaast bestaat er ook de leerlinggebonden financiering (LGF, de zogenaamde ‘rugzak’). Dit heeft ertoe geleid dat de speciale (basis-) scholen in de afgelopen jaren steeds minder leerlingen hoefden op te vangen, omdat de basisscholen zelf de extra zorg kunnen bieden.

Aan het eind van de basisschool bespreekt de school met de ouders welke vervolgopleiding het meest geschikt voor hun kind is. De extra zorg die het kind op de basisschool heeft gekregen bestaat ook in het vervolgonderwijs.

Dit heet leerwegondersteunend onderwijs (LWOO) of praktijkonderwijs (PRO).  LWOO betekent dat uw kind extra hulp krijgt in het voortgezet onderwijs. PRO betekent dat het voor uw kind beter is dat hij deze hulp krijgt in een aparte school met nog meer extra faciliteiten.

Voor kinderen die een leerlinggebonden budget hebben, geldt ook dat deze extra ondersteuning gecontinueerd kan worden in het vervolgonderwijs als tenminste voldaan wordt aan de daarvoor geldende criteria.

Al deze voorzieningen geven de garantie voor extra hulp het vervolgonderwijs. Om als leerling hiervoor in aanmerking te komen is een indicatie noodzakelijk; Het is dus geen automatisme!  De leerling wordt getest en er wordt een rapport opgemaakt zodat beoordeeld kan worden of de leerling voldoet aan de geldende criteria. Hiervoor zijn verschillende routes.

Een LWOO indicatie wordt afgegeven door een Regionale Verwijzingscommisie (RVC).

De PRO beschikking wordt afgegeven door de Permanente Commissie leerlingenzorg (PCL) en de rugzakindicatie door de Commissie voor indicatiestelling (CVI’s)

Als basisschool zullen we indien nodig u en uw kind begeleiden bij de overstap naar een van deze drie vormen van extra leerlingenzorg.

 

Niet elke basisschool geeft op dezelfde wijze extra hulp op school. Dat geldt ook voor de scholen voor vervolgonderwijs. Niet elke school voor voortgezet onderwijs  heeft LWOO op dezelfde wijze ingevuld.

Bij de keuze van de ouders voor de vervolgschool, zou dat een aanvullende vraag kunnen zijn:

“Hoe helpen ze ons kind daar verder? Sluit deze hulp aan bij de reeds geboden hulp op de basisschool  en is het noodzakelijk dat deze hulp aansluit?”

De conclusie is dus:

De extra zorg op de basisschool zal in principe worden voortgezet op het voortgezet onderwijs. De wijze waarop kan (sterk) afwijken van de wijze waarop in het basisonderwijs extra zorg is verleend.

Leerlingen die op de basisschool geen extra zorg hebben gehad kunnen daarvoor in het voortgezet onderwijs toch in aanmerking komen mits ze maar voldoen aan de daarvoor geldende criteria.

 

 

 

Leerling gebonden financiering

 

 

 

 

3.9 Leerling gebonden financiering

 

Met alle middelen probeert het onderwijs de uitstroom van leerlingen naar het speciaal onderwijs te voorkomen. Uitgangspunt hierbij is dat het voor bijna alle leerlingen beter is om op de eigen (buurt)school te zitten. Ook voor leerlingen die het wat moeilijker hebben met hun leren of met hun gedrag.

 

In de nieuwe wet LGF die in augustus 2003 van kracht is gegaan, krijgen  ouders van gehandicapte leerlingen het recht om te kiezen voor een school voor speciaal onderwijs of voor een gewone basisschool. We moeten hierbij denken aan kinderen met een lichamelijke en/of geestelijke handicap. Natuurlijk kunnen deze leerlingen niet altijd geplaatst worden. Dat is afhankelijk van de aard en de zwaarte van de handicap en van wat de school te bieden heeft en aan kan. Het belang van het kind behoort altijd voorop te staan.

Een gehandicapte leerling plaatsen op een gewone basisschool is gebonden aan strenge regels. Een commissie bepaalt aan de hand van het dossier van de leerling of deze geplaatst kan worden. Als de leerling daadwerkelijk geplaatst wordt krijgt de school hier ook extra middelen voor en vindt er begeleiding plaats vanuit het speciaal onderwijs. De leerling brengt als het ware een rugzak mee met extra’s waarmee de basisschool hem beter kan begeleiden. Vandaar de benaming Rugzakleerling.

 

Op Aan de Roer wordt bij een aanmelding van een leerling met een positieve beschikking van een commissie voor de indicatiestelling (een rugzakleerling)

de onderwijskundige vraag van het kind doorgenomen. Er wordt gekeken naar de hulpvraag van het kind. Aan de hand van de hulpvraag wordt bekeken wat dat betekent voor het pedagogische klimaat, het didactische klimaat, de leerlingenzorg, de professionalisering, de ondersteuning en de huisvesting.

Centraal in de beantwoording staat het belang van het kind en de mogelijkheden van de school om het ontwikkelingsproces van het kind te ondersteunen. Bij het besluit tot toelating zal er altijd sprake zijn van een teambesluit. We gaan er immers van uit dat bij toelating, de leerling de gehele basisschoolperiode op onze school welkom zal zijn.

 


 

 

 

 

 

 

Schoolteam

 

4. De personele organisatie

 

4.1 Het schoolteam van ‘Aan de Roer’

 

Ons team van ‘Aan de Roer’ bestaat uit 20 enthousiaste leerkrachten, 2 intern begeleiders, een secretaresse, een conciërge en de directie. Samen vormen wij een hecht team dat zich richt op het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs en het creëren van een prettige sfeer om te leren en te werken. Binnen ons team wordt ernaar gestreefd de gezamenlijke deskundigheid zoveel mogelijk te bevorderen. Wij hebben daarom o.a. cursussen gevolgd in adaptief onderwijs, coöperatief leren, meervoudige intelligentie, planmatig handelen, muziek, computeronderwijs en lezen. Daarnaast heeft iedere leerkracht de mogelijkheid om zich te bekwamen in specifieke onderwijsaspecten, zoals SVIB (school video interactie begeleiding), bedrijfshulpverlening en middenmanagement. Daarnaast hebben wij niet alleen een onderwijskundige taak maar zijn wij als onderwijsteam ook betrokken bij het overleg met de medezeggenschapsraad, de voorbereiding van projecten en feesten en contacten met de ouders. Deze taken zijn evenredig verdeeld over het gehele team.

 

 

 

4.2 Wie komen de kinderen tegen op school?

 

Directeur

Henriëtte Rademakers

Adjunct directeur

Rianne Poell-Mertens

Interne begeleiders

Theo van Iterson en Im Rubens

ICT

Theo van Iterson

Bouwcoördinator

Manon Bremmer-Verhees groep 1 tot en met 4

Bouwcoördinator

Rianne Poell-Mertens groep 5 tot en met 8

 

 

Leerkrachten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Groep 1-2A  : Chantal Hermans

Groep 1-2B  : Petra Hilkens / Ilse Coonen

Groep 1-2C  : Angelika van der Wallen / Helga Niessen

Groep 1-2D  : Liesbeth van de Ven

Groep 3A     : Angelique Flecken

Groep 3B     : Yvonne Poels

Groep 4A     : Manon Bremmer  / Will Hansen

Groep 4B     : Kitty Rutten / Angelika van der Wallen

Groep 5       : Marianne Schoolmeesters

Groep 5/6   : Claudia Maessen

Groep 6       : Wendy Kicken

Groep 7A     : Diana Mouton

Groep 7B     : Henriёtte Kuijper / Will Hansen

Groep 8A    :  Daniёlle Broens

Groep 8B     : Mo Vaessen / Judith Hover

Onderwijs-ondersteunend personeel

Het onderwijs ondersteunend personeel zijn de mensen die in ondersteunende zin een belangrijke rol spelen in het onderwijs.

Carla Nizet is onze secretaresse en verzorgt de administratie en Peter Aarts is onze conciërge.

Daarnaast is er nog het personeel van SCR dat de schoonmaak voor haar rekening neemt.

Logopedist

Eén keer per drie weken komt de logopediste van de GGD op school. Haar taak is het signaleren van problemen m.b.t. de spraak- en taalontwikkeling en het adviseren van ouders ten aanzien van verdere hulp.

Stagiaires

 

De school biedt stagiaires van de Fontys Hogeschool de mogelijkheid om ervaring op te doen met het werken als leerkracht in het basisonderwijs. Wij zijn van mening dat ook ‘Aan de Roer’ een verantwoordelijkheid heeft bij de invulling van een goede en praktische opleiding van toekomstige leerkrachten voor het basisonderwijs. De klassenleerkracht, die als mentor deze studenten begeleidt, ondersteunt het lesgeven en geeft daar waar nodig is hulp en suggesties.

Ook leraren van de opleidingen bezoeken de school om deze stagiaires in de praktijk aan het werk te zien. De groepsleerkracht blijft de eindverantwoordelijke.

Ook bieden wij stagiaires van het ROC en Gilde Opleidingen een plek binnen onze school. Deze stagiaires volgen de opleiding helpende welzijn, klassenassistent of onderwijsassistent. Zij verrichten hand- en spandiensten in en buiten de klas. Ze doen spelletjes met de kinderen, helpen bij het aan- en uittrekken van schoenen, gymkleding, jassen en begeleiden ze in diverse onderwijssituaties. Ze bereiden materialen voor, kopiëren, helpen bij het schoonhouden van lokalen en gangen, ruimen op na afloop van de lessen, enz. enz. Ze geven géén les, maar assisteren de

leerkrachten. Ze zijn in het bijzonder in de onderbouw verschrikkelijk belangrijk. Door hun assistentie wordt het voor leerkrachten mogelijk om de begeleiding van de kinderen te individualiseren en waar nodig extra hulp en instructie te geven.

 

 

 

Vervanging bij ziekte

4.3 Vervanging bij ziekte / buitengewoon verlof / CV / taakuren of nascholing

 

Het kan gebeuren dat de leerkracht van uw kind ziek wordt. Dat is in de eerste plaats vervelend voor haar of hem, maar ook vervelend voor uw kind, de collega’s en de organisatie. De directie probeert in eerste instantie voor vervanging te zorgen. Steeds vaker zijn vervangers niet voorradig. De school staat dan voor het probleem om intern naar oplossingen te zoeken. Afhankelijk van de situatie kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden om leraren of directieleden die geen eigen groep hebben, in te zetten. Natuurlijk kan dit niet oneindig lang duren. De werkzaamheden van deze personen blijven immers gewoon liggen. Soms moet er besloten worden om leerlingen van verschillende groepen bij elkaar te voegen. Klassen worden hierdoor te groot en leraren raken overbelast. Indien deze situatie zich te lang voordoet zullen kinderen naar huis gestuurd worden.

Hiermee willen we uiteraard zeer zorgvuldig omgaan. Wij willen u ruimschoots de gelegenheid geven om voorbereidingen te treffen in uw thuissituatie om oplossingen te zoeken.

Indien er geen vervanging is voor de leraar van uw kind, wordt er als volgt gehandeld:

 

·         Op de eerste ziektedag van de leraar krijgen de kinderen een vooraankondiging mee naar huis waarin wordt vermeld dat de leraar ziek is en  dat er geen vervanging te vinden is.  In deze aankondiging staat verder dat er  op school geïmproviseerd zal worden om het probleem op te lossen, dat deze situatie enige tijd kan aanhouden en dat de mogelijkheid bestaat dat op dag drie de kinderen niet meer naar school kunnen komen.

·         Op de tweede ziektedag van de leraar gaat indien noodzakelijk de definitieve  aankondiging met de kinderen mee dat op de derde ziektedag de kinderen niet meer naar school kunnen komen.

·         Tevens worden op deze dag de inspecteur en het bestuur van deze beslissing op de hoogte gesteld.

·         Kinderen kunnen nooit langer dan twee dagen naar huis gestuurd worden. Is er dan nog altijd geen vervanging gevonden dan zal een andere groep aan de beurt zijn om naar huis gestuurd te worden. Voor deze groep geldt dan hetzelfde scenario als voor de voorgaande groep.

 

In de praktijk zal deze situatie hopelijk niet of nauwelijks voorkomen, maar het valt niet uit te sluiten. Onze school verplicht zich om in deze situaties uiterst omzichtig te werk te gaan en alleen in uiterste noodzaak zo te handelen.

 

CV

Ook leerkrachten hebben recht op Compensatieverlof (CV). Getracht wordt de vervanging hiervan zoveel mogelijk door dezelfde leerkracht te laten doen. De leerkrachten in de groepen 1/2 hebben samen met de leerlingen vrij. De leerkrachten van groep 3/4 hebben een aantal vrijdagmiddagen samen met hun leerlingen vrij en de groepen 3 t/m 8 een aantal keren de gehele vrijdag.

 

Buitengewoon verlof

In geval van buitengewoon verlof van een leerkracht zal in eerste instantie gezorgd worden voor externe opvang. Lukt dit niet, dan wordt de vervanging zoveel mogelijk onderling geregeld.

 

Taakuren

Sommige leerkrachten hebben taakuren voor bijvoorbeeld ICT (Informatie Communicatie Technologie) of IB (interne begeleiding). Deze uren zijn ingeroosterd en hoeven dus niet opgevangen te worden.

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Verplichte onderwijstijd

 

 

 

5. Rechten en plichten van ouders / verzorgers/ bevoegd gezag

 

5.1 Verplichte onderwijstijd

 

De groepen 1 tot en met 8 krijgen dit jaar qua omvang als volgt onderwijs:

 

Groep 1 en 2

 808,75 uren

Groep 3 en 4

 927,75 uren

Groep 5 t/m 8

 978,25 uren

 

 

 

Leerplicht

5.2 Leerplicht / verlof

 

Vanaf de eerste schooldag van de maand, volgend op de maand waarin het kind vijf jaar is geworden, is het volledig leerplichtig. Dit betekent dat uw kind de gehele week onderwijs dient te volgen. Mogelijk zal in de nabije toekomst de leerplichtige leeftijd worden verlaagd naar vier jaar, doch dit is op heden nog geen formele wet. De leerplicht houdt op wanneer het kind het schooljaar heeft doorlopen, waarin het kind 17 jaar is geworden.

Samengevat komt de leerplicht erop neer, dat de leerplichtconsulent van de gemeente toezicht houdt, of een volledig leerplichtig kind de gehele week onderwijs volgt. Voor het kind is dit een recht, voor de ouders een plicht om het kind het recht te geven.

De leerplicht bepaalt in een aantal artikelen waaraan de ouders en schooldirecteuren zich moeten houden :

  • Ouders zijn verplicht hun kind te laten inschrijven op een school en het kind deze school te laten bezoeken op zijn/haar leerplichtige leeftijd.
  • Er is sprake van ongeoorloofd schoolverzuim als een kind, zonder afmelding bij de directeur, ongeoorloofd van school wordt gehouden.
  • Wanneer een kind verlof nodig heeft wegens gewichtige omstandigheden, dan heeft de ouder hiervoor toestemming nodig van de schooldirecteur en/of leerplichtconsulent.

      Vakantie is geen gewichtige omstandigheid!

  • De schooldirecteuren zijn wettelijk verplicht zich aan de regels van de leerplichtwet te houden. In opdracht van het College van Burgemeester en Wethouders houdt de leerplicht consulent hier eveneens toezicht op.

 

Schoolverzuim

Schoolverzuim

De directeur van de school is wettelijk verplicht de leerplichtconsulent vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim mede te delen. De directeur kan eveneens het herhaaldelijk te laat komen van leerlingen melden.

De leerplichtconsulent zal altijd proces-verbaal inzake overtreding van de leerplicht opmaken tegen de ouder, die na afgewezen verlofaanvraag, het kind toch ongeoorloofd van school houdt.

Tot 12 jaar is de ouder/verzorger volledig verantwoordelijk voor het schoolbezoek van het kind.

 

Verlof

Verlof

Vakantieverlof (art. 11 onder f. van de leerplichtwet) wordt alleen verleend, wanneer:

Wegens specifieke aard van het beroep van een van de ouders of verzorgers (landbouwbedrijf of horeca) is het slechts mogelijk buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan. Er dient een werkgeversverklaring overlegd te worden waaruit blijkt dat geen verlof buiten de officiële schoolvakanties mogelijk is. Deze verklaring wordt gecontroleerd bij de werkgever.

Indien er met deze redenen verlof wordt verleend, mag:

  • Dit maximaal eenmaal per schooljaar worden verleend en het moet ook de enige vakantie in dat schooljaar zijn voor ouder/verzorger en kind;
  • Dit niet langer dan 10 dagen is;
  • Dit niet plaatsvinden in de eerste twee lesweken van het schooljaar.

Extra vakantie om het “thuisland te bezoeken”, of om de “file voor te zijn” of “omdat de boekingskosten dan minder zijn”, behoren niet tot bijzondere omstandigheden. Aanvragen in deze trant zullen dus worden afgewezen.

 

Verlof wegens gewichtige omstandigheden

Verlof wegens gewichtige omstandigheid (art. 11 onder g van de Leerplichtwet): Het uitgangspunt bij de beoordeling van deze aanvragen is dat dit extra verlof alleen gegeven wordt als daarmee een kennelijk onredelijke situatie vermeden kan worden. Bij de afweging dient het belang van de leerling voorop te staan. Een aantal voorbeelden voor buitengewoon verlof:

  • Bij een wettelijke verplichting, voor zover dat niet buiten de lesuren kan geschieden;
  • Bij verhuizing (1 dag);
  • Bij het huwelijk van een bloed- of aanverwant t/m de 4de graad (1 of 2 dagen);
  • Bij een ernstige ziekte of het overlijden van een bloed- of aanverwant t/m de 4de graad (duur in overleg met de directeur)
  • Bij de bevalling van de moeder, verzorgster, voogdes;
  • Bij 12,5-, 25-, 40-. 50 of 60- jarig ambts- of huwelijksjubileum van bloed- of aanverwanten t/m de 4de graad;

Voor andere calamiteiten en naar het oordeel van de directeur belangrijke redenen; Vakantie is geen gewichtige omstandigheid!

 

Buitenschoolse RT onder schooltijd

In het afgelopen schooljaar kregen wij regelmatig van ouders verlofaanvragen m.b.t. buitenschoolse RT onder schooltijd.  Hierdoor werden wij geconfronteerd met absentie van leerlingen. In overleg met de Leerplichtambtenaar hebben we besloten om buitenschoolse RT onder schooltijd niet toe te staan.

Verlofaanvragen

De wijze van het indienen van een verlofaanvragen voor:

  • Vakantieverlof: schriftelijk indienen bij de directeur, min. 6 weken van tevoren;
  • Verlof wegens gewichtige omstandigheden schriftelijk indienen bij de directeur, vooraf of binnen 2 dagen na het ontstaan van de verhindering.

 

Als het gaat om verlof van:

  • Minder dan 10 dagen dan neemt de directeur hierover een beslissing;
  • Meer dan tien dagen neemt het College van Burgemeester en Wethouders op advies van de leerplichtconsulent hierover een beslissing.

Dit verzoek dient de ouder/verzorger schriftelijk in te dienen bij de directeur. De directeur zendt deze aanvraag door naar de leerplichtconsulent.

 

Voor verdere vragen of inlichtingen over leerplichtzaken kunt u altijd terecht bij de leerplichtconsulent van de gemeente Roermond:

tel. 359347

 

Spijbelen

Als een leerling zonder bericht niet op school komt, dan neemt de school direct contact met u op. Als u zelf merkt dat uw kind spijbelt, schakel ons dan meteen in. We kunnen dan samen afspraken maken over de aanpak van het probleem.

Als een leerling regelmatig wegblijft zonder een geldige reden, dan stelt de school de leerplichtambtenaar van de gemeente hiervan op de hoogte.

 

Schorsing/ Bezwaarschrift

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overblijven

Wanneer wordt een leerling van school gestuurd?

Heel soms gebeurt het dat een leerling van school wordt gestuurd. Dit kan tijdelijk zijn (dit heet : schorsing) of definitief (dit heet: verwijdering). Dit gebeurt alleen als de leerling zich heel slecht gedraagt. Het bestuur van de school neemt hierover dan een beslissing. Maar eerst praat het bestuur met de leraar en de ouders.

Levert dit overleg niets op, dan kunnen de ouders aan de onderwijsinspectie vragen om te bemiddelen. Blijft een schoolbestuur bij zijn besluit, dan kunnen de ouders schriftelijk bezwaar aantekenen. Als bij verwijdering het overleg tussen schoolbestuur en ouders niets oplevert, dan kunnen de ouders de onderwijsinspectie vragen om te bemiddelen. Als het schoolbestuur desondanks bij zijn besluit blijft, dan kunnen de ouders binnen schriftelijk bezwaar aantekenen. In dat geval moet het bestuur binnen vier weken eveneens schriftelijk op uw bezwaarschrift reageren. Blijft het bestuur dan alsnog aan zijn besluit vasthouden, dan kunnen de ouders in beroep gaan bij de rechter.

Als een kind wordt weggestuurd, moet het bestuur binnen acht weken een andere school voor het kind proberen te vinden. Op het moment dat het bestuur een nieuwe school heeft gevonden, mag het kind definitief niet meer op de oude school komen. Is er na acht weken nog geen nieuwe school gevonden? Ook dan mag de school het kind definitief van school sturen. De school moet in zo’n geval wel kunnen bewijzen dat er echt naar een andere school is gezocht.

 

Als een kind zich niet gedraagt tijdens het overblijven, kan de school besluiten om een kind niet meer te laten deelnemen aan het overblijven. Ouders zijn dan zelf verantwoordelijk voor de opvang tijdens de lunchpauze.

 

Vakantie

Vrije dagen

 

De vakanties en vrije dagen voor het schooljaar 2010 / 2011 staan vermeld in de kalender die u in het nieuwe jaar ontvangt. Het vakantierooster is door de MR vastgesteld.

 

Schooltijden

 

De schooltijden van maandag tot en met vrijdag zijn:

 

Groep 1 t/m 4

08.30 – 11.40 uur

12.10 – 14.15 uur

Groep 5, 6 en 7A, 8B

08.30 – 12.10 uur

 

 

12.40 – 14.15 uur

Dependance: Groep 7B en 8A

08.30 – 12.05 uur

12.45 – 14.15 uur

 

De kleine pauze is voor groep 1 t/m 4 van 10.15 uur tot 10.30 uur en voor groep 5 t/m 8 van 10.30 tot 10.45 uur. De grote pauze vindt tussen 11.40 uur en 12.45 uur plaats.

De kinderen van groep 1 en 2 hebben iedere vrijdag vrij en de leerlingen van groep 3 en 4 hebben iedere vrijdagmiddag vanaf 12 uur vrij.

 

 

Klachtenprocedure

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contactpersonen

 

 

 

 

 

Vertrouwenspersoon

 

 

 

 

 

Taken vertrouwenspersoon

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indienen van een klacht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inhoud van de klacht

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Beslissing op advies

5.3   Klachtenprocedure

Overal waar gewerkt wordt zijn wel eens misverstanden. Af en toe worden er zelfs fouten gemaakt. Het is belangrijk deze zaken in eerste instantie te bespreken met de direct betrokkene/de groepsleraar. U en uw kind zullen hierbij altijd serieus genomen worden en er zal naar de best mogelijke oplossing gezocht worden.

Mocht u het gevoel hebben dat er geen gezamenlijk goede oplossing gezocht wordt, dan is het altijd mogelijk de directeur hierover aan te spreken.

Wanneer u niet tot een oplossing van het probleem kunt komen in overleg met de groepsleraar en/of de directie van de school, is het mogelijk gebruik te maken van de contactpersoon van de school.

De contactpersoon zal bekijken of de eerste stappen voor het oplossen van het probleem zorgvuldig zijn uitgevoerd. Het is niet de bedoeling dat de contactpersoon zelf oplossingen gaat zoeken. Wel wordt bekeken wie verder ingeschakeld moet worden om tot een oplossing te komen. Als het nodig is kan de contactpersoon u doorverwijzen naar het bestuur en/of naar een externe vertrouwenspersoon.

Deze externe vertrouwenspersoon zal u begeleiden bij het realiseren van een oplossing, dan wel begeleiden bij het indienen van een klacht bij het bestuur. Ook kan de vertrouwenspersoon u informeren over en begeleiden bij het indienen van een klacht bij de Landelijk Klachten Commissie.

 

Onze school heeft een klachtenregeling waarin precies staat beschreven hoe er met een klacht wordt omgegaan. Deze regeling ligt op school ter inzage. Stichting Swalm en Roer waar onze school onder valt is aangesloten bij een van de Landelijke Klachten Commissie (LKC). Op deze plaats zal uw klacht uiteindelijk behandeld worden. Afhankelijk van de grondslag, levensovertuiging en openbare karakter van de school kan een klacht gedeponeerd worden bij verschillende commissies. De klachtencommissie voor onze school is:

Landelijke klachtencommissie onderwijs (openbaar onderwijs)
Postbus 85191
3508 AD Utrecht
Telefoon:
030 - 280 95 90
Fax:
030 – 280 9591

Email:info@onderwijsgeschillen.nl

 

Samengevat dienen onderstaande stappen doorlopen te worden:

  1. Altijd eerst overleg met de groepsleraar; bij onvoldoende resultaat:
  2. Overleg met de directie; bij onvoldoende resultaat:
  3. Overleg met contactpersoon; bij onvoldoende resultaat:
  4. Overleg met college van bestuur en/of inschakelen
  5. vertrouwenspersoon; bij onvoldoende resultaat
  6. Indienen van een klacht bij de aangesloten landelijke klachtencommissie.

 

In het kader van de klachtenregeling zijn op onze school twee contactpersonen aangesteld: Theo van Iterson en Danielle Broens. Zij hebben uitsluitend de bevoegdheid om een klager te verwijzen naar de vertrouwenspersoon. Namens de oudergeleding is Bart Liedekerken aangesteld.

 

Er zijn externe vertrouwenspersonen benoemd door Swalm en Roer. Zij maken geen deel uit van de school en fungeren als (onpartijdig) aanspreekpunt bij klachten. Uiteindelijk onderzoekt een onafhankelijke, landelijke klachtencommissie de klacht en deze adviseert het bevoegd gezag hierover.

 

1.     Het bevoegd gezag beschikt over tenminste één vertrouwenspersoon die functioneert als aanspreekpunt bij klachten.

2.     Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat de vertrouwenspersoon. De benoeming vindt plaats op voorstel van de benoemingsadviescommissie.

3.     De vertrouwenspersoon gaat na of door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. De vertrouwenspersoon gaat na of de gebeurtenis aanleiding geeft tot het indienen van een klacht. Hij begeleidt de klager desgewenst bij de verdere procedure en verleent desgewenst bijstand bij het doen van aangifte bij politie of justitie.

4.     De vertrouwenspersoon verwijst de klager, indien en voorzover noodzakelijk of wenselijk, naar andere instanties gespecialiseerd in opvang en nazorg.

5.     Indien de vertrouwenspersoon slechts aanwijzingen, doch geen concrete klachten bereiken, kan hij deze ter kennis brengen van de klachtencommissie of het bevoegd gezag.

6.     De vertrouwenspersoon geeft gevraagd of ongevraagd advies over de door het bevoegd gezag te nemen besluiten.

7.     De vertrouwenspersoon neemt bij zijn werkzaamheden de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht. De vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van alle zaken die hij in die hoedanigheid verneemt. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn taak als vertrouwenspersoon heeft beëindigd.

8.     De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks aan het bevoegd gezag schriftelijk verslag uit van zijn werkzaamheden.

 

·         De klager dient de klacht in bij: het bevoegd gezag of de klachtencommissie.

·         De klacht dient binnen een jaar na de gedraging of beslissing te worden ingediend, tenzij de klachtencommissie anders beslist.

·         Indien de klacht bij het bevoegd gezag wordt ingediend, verwijst het bevoegd gezag de klager naar de vertrouwenspersoon of klachtencommissie, tenzij toepassing wordt gegeven aan het vierde lid.

·         Het bevoegd gezag kan de klacht zelf afhandelen indien hij van mening is dat de klacht op een eenvoudige wijze kan worden afgehandeld. Het bevoegd gezag meldt een dergelijke afhandeling op verzoek van de klager aan de klachtencommissie.

 

 

1.     Indien de klacht wordt ingediend bij een ander orgaan dan de in het eerste lid genoemde, verwijst de ontvanger de klager aanstonds door naar de klachtencommissie of naar het bevoegd gezag. De ontvanger is tot geheimhouding verplicht.

2.     Het bevoegd gezag kan een voorlopige voorziening treffen.

3.     Op de ingediende klacht wordt de datum van ontvangst aangetekend.

4.     Het bevoegd gezag deelt de directeur van de betrokken school schriftelijk mee dat er een klacht wordt onderzocht door de klachtencommissie.

5.     Klager en aangeklaagde kunnen zich laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een gemachtigde.

 

1.     De klacht wordt schriftelijk ingediend en ondertekend.

2.     Van een mondeling ingediende klacht wordt terstond door de ontvanger als bedoeld in artikel 7, eerste lid een verslag gemaakt, dat door de klager voor akkoord wordt ondertekend en waarvan hij een afschrift ontvangt.

3.     De klacht bevat tenminste:

a.     de naam en het adres van de klager;

b.     de dagtekening;