|
Openbare basisschool Aan de Roer |
|
|
|
Schoolgids 2011-2012 |
|
OBS Aan de Roer ___________________ |
Belangrijke gegevens: ____________________________________________________ |
|
Hoofdgebouw Dependance ___________________Swalm
en Roer/ bestuur ___________________ Directeur Adjunct directeur ___________________ Voorzitter
Medezeggenschapsraad Secretaris Penningmeester ___________________ Voorzitter Ouderraad Secretaris Penningmeester ___________________ Coördinator werkgroep overblijven Penningmeester ___________________ |
Hammerveldlaan
2 6041
VV Roermond ( Fax
0475-520817 E-mail:
aanderoer@aanderoer.nl Website: www.aanderoer.nl Burgemeester
Geuljanslaan 16 ( ____________________________________________________ Stichting
Swalm en Roer Postbus
606 6040
AP Roermond ( 0475-345830 Bezoekadres: Roerderweg
35 6041
NR Roermond ____________________________________________________ Henriëtte
Rademakers ( Rianne
Poell-Mertens ( 0475-531553 privé rianne.poell@aanderoer.nl __________________________________________________ Marianne
Schoolmeesters ( Maud
Mulder ( Olaf
Masolijn ( _______________________________________________ Dennis Spaen ( 0475-337415 Maud
Helwegen ( Hilde
Hansen ( 0475 - 319787 _________________________________________________ Ariënne
de Koning ( Olaf
Masolijn ( _________________________________________________ |
|
|
Voorwoord 4 1.
De missie en de visie van de school 5 1.1 Waar onze openbare basisschool voor staat 5 1.2 Manier van lesgeven 8 1.3 Sociale vorming 9 1.4 Zelfstandigheidsontwikkeling 9 1.5 Creativiteit 13 1.6 Samenstelling groepen 14 2.
De kwaliteit van ons onderwijs 14 2.1 De kerndoelen 14 2.2 Hoe bewaken we de kwaliteit van ons onderwijs? 14 2.3 De kwaliteit van onze school 16 2.4 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs 17 3.
De zorg voor onze leerlingen 23 3.1 Gewenning 23 3.2 Intakegesprek 23 3.3 Kinderen met een allergie 24 3.4 Trakteren 24 3.5 Leerlingvolgsysteem 24 3.6 Speciale leerlingenzorg 25 3.7 Van Groep 2 naar Groep 3 28 3.8 Samenwerkingsverband Swalm en Roer 29 3.9 Leerlinggebonden financiering 31 4.
De personele organisatie 32 4.1 Het schoolteam van ‘Aan de Roer’ 32 4.2 Wie komen de kinderen tegen op school? 33 4.3 Vervanging bij ziekte/buitengewoon verlof/CV/ taakuren of nascholing 34 5.
Rechten en plichten van ouders/ verzorgers/bevoegd gezag 36 5.1 Verplichte onderwijstijd 36 5.2 Leerplicht/ verlof 36 5.3 Klachtenprocedure 39 5.4 Aansprakelijkheid en verzekeringen 42 5.5 Onderwijskundig rapport / omgaan met leerlinggegevens 45 5.6 Financiële bijdragen 46 6.
De samenwerking van de ouders met de school 47 6.1 De Medezeggenschapsraad 47 6.2 De Ouderraad 48 6.3 Werkgroep Overblijven 49 6.4 Overige vormen van betrokkenheid door ouders 50 7. Overige zaken
51 7.1 Voorschoolse opvang en peuterspeelzaal Aan de Roer 51 7.2 Buitenschoolse opvang 51 7.3 Sponsoring 51 7.4
Meldcode Stichting Swalm en Roer 53 |
|
|
Voorwoord
Deze schoolgids informeert u over de dagelijkse
gang van zaken op openbare basisschool ‘Aan de Roer’ en kan u helpen bij het
kiezen van een basisschool. Er staat in wat u kunt verwachten als uw kind een
leerling van onze school wordt. Ook voor de huidige ouders is deze gids
belangrijk. We leggen uit hoe we werken en waar onze speciale aandacht naar
uitgaat. Iedere ouder ontvangt aan het begin van het
nieuwe schooljaar een kalender met praktische informatie. De schoolgids wordt
op verzoek verstrekt en is tevens te vinden op onze website www.aanderoer.nl. Over actuele zaken wordt u op de hoogte gehouden
via de maandelijkse info. Wij hopen dat u onze schoolgids met plezier zult
lezen. Vanzelfsprekend bent u altijd welkom voor een toelichting. Het team. |
|
|
|
|
Missie en visie van onze school V.O.O. |
1. De missie en de visie van de school
1.1 Waar onze openbare
basisschool voor staat
De missie en de visie is tot stand gekomen door met de
verschillende geledingen na te denken en te spreken over wat voor ons
“kwalitatief goed onderwijs” is. De Missie: Onze school gaat uit van een duidelijke koers. Deze koers geeft inhoud
aan onze missie en visie. In de missie is beschreven wat de bestaansreden van
openbare basisschool Aan de Roer is en worden de kernwaarden beschreven van
waaruit we willen werken. Het team wil deze kernwaarden tot uitdrukking
brengen in de relatie die het met de betrokkenen heeft. Wij zien openbare basisschool Aan de Roer als een school die
kwalitatief goed onderwijs biedt dat voldoet aan de Wet Primair Onderwijs
vanuit de overtuiging dat kinderen een intrinsieke behoefte hebben zich breed
te ontwikkelen. Aan de Roer is naast een leerinstituut ook een
ontmoetingsplaats, waar kinderen kennis, vaardigheden en attitude ontwikkelen
die zij nodig hebben om op hun weg naar volwassenheid passende doelen te
bereiken. Dit dragen we uit door invulling te geven aan vier kernwaarden:
Op onze school staat vertrouwen voorop. Een kindvriendelijke school met een veilig pedagogisch klimaat. Wij hebben
respect voor de kinderen en we verwachten respect van de kinderen. Daartoe
vinden we een heldere structuur van belang: er is sprake van duidelijkheid en
van een doorgaande lijn wat betreft de leerstof, de organisatie en de regels.
Zeggen wat
je doet en doen wat je zegt. De leerkracht geeft het goede voorbeeld en
spreekt kinderen aan op gedrag dat bij hun leeftijd hoort. De leerkracht is eerlijk en betrouwbaar, stelt haalbare doelen en maakt haalbare afspraken.
De leerling en de leerkracht doen succeservaringen op. Aan de Roer is een plaats waar we werken aan de ontwikkeling en
versterking van het zelfvertrouwen en het vertrouwen in de ander. Betrokkenheid Kinderen leren het beste als ze iets graag willen leren. Daarom zoeken
we naar mogelijkheden om deze innerlijke betrokkenheid te vergroten. Wij
denken hierbij aan vormen van betekenisvol leren en zoeken naar een koppeling
tussen het leren enerzijds en “het echte leven” anderzijds. We maken gebruik
van actieve werkvormen, zelfontdekkend en coöperatief leren binnen een
uitdagende leeromgeving. De school bouwt samen met de ouders en kinderen een goede band op. Er wordt
door leerkrachten met ouders en kinderen op een constructieve manier
samengewerkt. Iedereen die bij onze school betrokken is draagt verantwoordelijkheid voor
zichzelf en de ander door met zorg en toewijding te handelen in de
verschillende situaties. Eigenheid Kinderen leren dat
mensen verschillend zijn en leren elkaar te accepteren en respect te hebben
voor elkaars mening. Zij zijn zich ervan bewust dat je elkaar nodig hebt om
een goede sfeer in de groep te krijgen en te houden. Meervoudige intelligentie
en coöperatieve werkvormen leveren een actieve bijdrage bij de bewustwording
van de verschillen tussen mensen en het belang van samenwerken met elkaar. De
wil om elkaar te begrijpen en de intentie om dezelfde taal te spreken. Het brengt kinderen tot het zich competent voelen en bewerkstelligt
een positief zelfbeeld. Kwaliteit Onze
school is goed op de hoogte van moderne hulpmiddelen en sluit aan bij het
potentieel van leerlingengroep en van de eigen mogelijkheden, richt passend
onderwijs in en springt in op een veranderende maatschappij. De kerndoelen zoals de overheid die stelt zijn daarbij een leidraad.
Wij streven naar een bij het kind passende ontwikkeling op het gebied van
kennis, vaardigheden en houding en zijn op zoek naar de talenten van kinderen.
Hierbij geven wij als school onze grenzen aan, zodat bekend is wat binnen
onze mogelijkheden ligt. We
gaan uit van de kwaliteiten die ieder mens bezit en lichten deze eruit,
benoemen ze en stimuleren ze om tot ontwikkeling te komen. Het
ontwikkelen van een eigen kritisch denkvermogen vinden we belangrijk zodat
kinderen goed voorbereid de maatschappij in gaan. Daarbij wordt gestreefd naar een kind dat autonoom is in denken en
handelen waardoor het zich zelfstandig en zelfverantwoordelijk voelt en zich
competent voelt voor de taken die hij tegenkomt. We
stimuleren hiermee dat het zelfvertrouwen groeit en een kind in staat is om
goede relaties te onderhouden zodat het zich veilig en aanvaard voelt. Ons uitgangspunt binnen onze leerkrachtrol is
leiden wanneer het moet, begeleiden wanneer het kan. De Visie: Bij de formulering van
de visie is rekening gehouden met de doelstellingen van de stichting waarvan
wij deel uitmaken, de stichting “Swalm
en Roer” en de streefbeelden van het samenwerkingsverband waarvan de school
onderdeel uitmaakt. In deze paragraaf worden de uitgangspunten en
koersuitspraken beschreven, die als leidraad worden gehanteerd met betrekking
tot de ontwikkeling van de school.
In het schoolplan is
vastgelegd hoe deze zienswijze in de praktijk handen en voeten krijgt. Dit
ligt ter inzage voor de ouders op school. Overigens, als u voor
uw kind godsdienst- of levensbeschouwelijk onderwijs wilt, dan kan dat ook op
een openbare school. Hier in Nederland
hebben we zelfs een speciale Vereniging voor Openbaar Onderwijs (V.O.O.). Deze zet zich in voor
goed en voldoende openbaar onderwijs en telt inmiddels 35.000 leden. Een
grote organisatie dus, waarvan elke ouder lid kan worden. |
|||||||||||
|
Manier
van lesgeven |
1.2 Manier van lesgeven
Iedereen heeft zijn eigen kwaliteiten, vaardigheden,
werkwijzen en manieren van informatie opnemen. In ons onderwijs proberen we
hier rekening mee te houden. We gebruiken coöperatief
leren in ons onderwijs. Hierdoor leren leerlingen met en van elkaar. Als we
bezig zijn met coöperatief leren, werken op een gestructureerde manier samen
in kleine groepjes. De achterliggende gedachte is dat kinderen niet alleen
leren van de interactie met de leerkracht, maar ook van de interactie met
elkaar. De leerlingen zijn actief met de leerstof bezig, ze praten er met
elkaar over, waardoor de inhoud van de stof meer betekenis voor hen krijgt.
Door de samenwerking in een groepje, ontwikkelen leerlingen ook
samenwerkingsvaardigheden. Samen kunnen werken is een belangrijke vaardigheid
om te kunnen functioneren in de samenleving. Binnen coöperatief leren kunnen
verschillen tussen leerlingen benut worden: De ’sterke’ leerlingen zijn model
voor de ‘zwakkere’ leerlingen en helpen hen. Op hun beurt krijgen de ’sterke’
leerlingen meer inzicht in de leerstof door de uitleg die ze aan anderen
geven. Door samen te werken, leren de leerlingen in een groep elkaar beter
kennen. Er ontstaat een klimaat in de klas waarin leerlingen elkaar waarderen,
begrip voor elkaar hebben en bereid zijn elkaar te helpen. Naast de gangbare werkvormen besteden we steeds
meer aandacht aan het individuele leerproces. Zo komen er meer mogelijkheden
om in tempo, niveau en materiaalsoort te differentiëren. Dit geldt zowel voor
de leerling die de basisstof vlot kan opnemen en verwerken, als voor de
leerling die wat meer tijd, ander materiaal of een andere begeleidingswijze
nodig heeft. Er worden verschillende werkvormen gebruikt,
waarbij de leerkracht observeert hoe een kind met het werk of met andere
kinderen omgaat. Uitgangspunt zijn de kerndoelen (zie hoofdstuk 2) van de
basisschool, maar de leerkracht probeert, waar mogelijk, aan te sluiten bij
de ontwikkeling van elk individueel kind, zodat dit op een gezonde manier
wordt geprikkeld om zich verder te ontwikkelen.
|
|||||||||||
|
Sociale vorming Conflicten Pestprotocol |
1.3 Sociale vorming
Goed omgaan met elkaar is belangrijk in onze
huidige maatschappij en zal daarom al vroeg moeten worden geleerd en gestimuleerd.
Niet alleen binnen het eigen gezin maar ook op school leren de kinderen
hoe ze met elkaar om moeten gaan en welke regels daarvoor gelden. De weekbreak,
het gezamenlijk spelen op de speelplaats, opdrachten uitvoeren in
groepsverband, rots en water training; dit zijn allemaal zaken die binnen
ons onderwijs aan bod komen en bijdragen aan de sociale vorming van het
kind. In iedere samenlevingsvorm ontstaan wel eens
conflicten. Zo krijgen natuurlijk ook onze leerlingen wel eens te maken met
meningsverschillen in de klas of op de speelplaats. Binnen onze school
zijn er vaste regels over hoe om te gaan met ruzies en conflicten. Uw kind
leert al snel dat ieder van de partijen zijn verhaal mag doen en dat het
daarna zal moeten meedenken over hoe de ruzie samen op te lossen en hoe deze
in het vervolg kan worden voorkomen. Er is tevens aandacht voor weerbaar
gedrag, zodat uw kind bij conflicten duidelijk kan aangeven wat het wel of
niet leuk vindt. Hiermee hopen we een goede basis te leggen voor het
voorkomen van pestgedrag. Bij het uitpraten van een conflict staat het respecteren
van de verschillen in doen en laten tussen mensen voorop. Door het leren
kennen van elkaar en elkaars leef- en denkwijzen, leren de kinderen ook elkaar
te begrijpen. Het leren respecteren en omgaan met de verschillen tussen mensen
is een waardevolle ervaring bij het samen vormen van een prettige leefgemeenschap. Ook
is er op school een pestprotocol aanwezig. Dit protocol geeft leerkrachten
van groep 1 tot en met 8 richtlijnen voor het voorkomen, signaleren en
aanpakken van pestgedrag. De
in dit protocol beschreven aanpak en richtlijnen zijn in samenspraak met
leerkrachten, leerlingen en ouders gemaakt. Deze richtlijnen maken deel uit
van het beleid van school om leerlingen een veilig schoolklimaat te bieden waarin
zij zich evenwichtig kunnen ontwikkelen. Door
middel van ‘leefregels’ en een ‘aanpak van ruzies en pestgedrag in vier
stappen’, de zogenaamde ‘stop-methode’,
streven wij ernaar dat álle leerlingen zich thuis kunnen voelen op onze
school. |
|||||||||||
|
Zelfstandigheid Dagtaak Weektaak Wereld Oriëntatie |
1.4 Zelfstandigheidontwikkeling
Zelfstandigheid is een voorwaarde om de wereld
om je heen te ontdekken. Een kind moet mogelijkheden aangereikt krijgen om
zich als zelfstandig persoon te kunnen ontwikkelen in onze samenleving. Het
zal zich daarom een aantal vaardigheden moeten eigen maken: leren omgaan met
anderen; een eigen mening vormen; zich kunnen redden in het dagelijkse leven;
verantwoordelijkheid durven nemen en dragen. Een kind moet voldoende
handvatten aangereikt krijgen om met vertrouwen in zichzelf de wereld in te stappen. Op onze school stimuleren we kinderen al vanaf
de eerste twee groepen om kleine problemen die ze tegen komen, zelfstandig op
te lossen. De groepen 1/2 werken met een planbord. Vanaf groep drie werken de
kinderen met een dagtaak en vanaf groep vier werken zij met een weektaak. Het
wordt voor hen dan steeds belangrijker om de tijd zo goed mogelijk in te
delen en te benutten. De begeleiding van de leerkracht blijft hierbij erg
belangrijk. Tijdens het zelfstandig werken geeft hij/zij instructie aan
kleine groepjes, extra hulp en observeert het gedrag en het werken van het
kind. In de groepen 5, 6, 7
en 8 werken we met de methodes “Wijzer door de natuur”, “Wijzer door de
tijd”, “Wijzer door de wereld” en “Wijzer door het verkeer”. Bij deze methodes horen ook geregeld
huiswerkopdrachten en ieder blok wordt afgesloten met een toets. In groep 5
en 6 helpt de leerkracht de leerling nog intensief bij de voorbereiding van
de toets.
|
|||||||||||
|
Huiswerk
bovenbouw Wereld
oriëntatie werkstuk
spreekbeurt boekbespreking boekverslag groepsverslag ICT |
Tevens is er de mogelijkheid om thuis extra te
oefenen. In groep 7 en 8 wordt de sturing en begeleiding van de leerkracht
steeds minder. We leren de kinderen om zelfstandiger om te gaan met het
plannen en voorbereiden van huiswerk
en toetsen. Naast de methode wordt er ook nog extra aandacht
besteed aan wereldoriëntatie in de vorm van werkstukken, spreekbeurten,
boekbesprekingen, boekverslagen en groepsverslagen. De ervaringen die we de
afgelopen jaren hebben opgedaan zijn erg positief. De leerkrachten uit de groepen 6, 7 en 8 maken
aan het begin van het schooljaar een jaarplanning. Deze ontvangt u op de
algemene ouderavond. We stimuleren de gedachte dat u uw kind
begeleidt bij het huiswerk, zodat het dit uiteindelijk zelfstandig kan maken. Wij hebben in de
voorgaande schooljaren een nieuwe structuur binnen de school opgezet. Zowel
op het hoofdgebouw als op de dependance kunnen we nu alle softwarepakketten
gebruiken en beheren. Het technische beheer hebben wij voor een groot deel
uitbesteed aan een extern bedrijf. Zo is onder andere ons
leerlingvolgsysteem compleet geautomatiseerd. Het is onze
doelstelling om het gebruik van de computer ter ondersteuning van ons
onderwijs te intensiveren. Nieuwe ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd.
Zowel dependance als hoofdgebouw zijn voorzien van een multimedia- omgeving
waardoor we de mogelijkheid hebben om aan grotere groepen te presenteren. |
|||||||||||
|
Huiswerk
en extra schoolwerk Groep 6 Huiswerk
en extra schoolwerk Groep 7 Huiswerk
en extra schoolwerk Groep 8 |
In groep 6 maakt iedere leerling:
-
WO Onderwerp / keuze: vrij -
Leerkracht heeft een sterk sturende rol in de planning en
begeleiding van de leerlingen. -
Het maken van het werkstuk wordt door de leerkracht
aangeleerd met behulp van de ‘Werkstuk-wijzer’. -
Het houden van de spreekbeurt wordt door de leerkracht
aangeleerd met behulp van het ‘Stappenplan spreekbeurt’. In groep 7 maakt iedere leerling:
- WO Onderwerp
/ keuze: deels vrij -
Leerkracht heeft een minder sturende rol in de planning en
begeleiding van de leerlingen. -
Leerlingen maken bij het werkstuk grotendeels zelfstandig
gebruik van de ‘Werkstuk-wijzer’. -
Leerlingen maken naar eigen invulling gebruik van het
‘Stappenplan spreekbeurt’. In groep 8 maakt iedere leerling:
-
WO onderwerp / keuze: gebonden -
Leerkracht heeft een beperkte rol in de planning en
begeleiding van de leerlingen. -
Leerlingen maken naar eigen invulling gebruik van de
‘Werkstuk-wijzer’. -
Leerlingen maken naar eigen invulling gebruik van het
‘Stappenplan spreekbeurt’. |
|||||||||||
|
Creativiteit Weekbreak |
1.5 Creativiteit
Creativiteit is vaak de sleutel voor het vinden
van oplossingen op welk gebied dan ook. Vandaar dat de ontwikkeling van de
creativiteit centraal staat binnen vrijwel alle lessen, net zo goed bij rekenen
en taal als bij tekenen en handvaardigheid. Vakken die bij uitstek bijdragen aan de
creatieve ontwikkeling, zijn natuurlijk tekenen en handvaardigheid. Deze
vakken worden enerzijds gekenmerkt door de open opdrachten die de fantasie
van het kind prikkelen, en anderzijds door gesloten technische opdrachten die
als doel hebben dat kinderen telkens weer nieuwe vaardigheiden leren. Een
voorbeeld hiervan is het tekenen van een verschrikkelijke sneeuwman. Om de
vorm en omgeving van de sneeuwman weer te geven, zal het kind een beroep
moeten doen op zijn fantasie. Bij het inkleuren ervan echter zal het kind
moeten weten of leren dat de sneeuwman leeft in een ijzige omgeving en dat
daarom alleen koele kleuren kunnen worden gebruikt. Op deze manier leren zij
op een creatieve manier het verschil tussen warme en koude kleuren. Ook
muziek en drama zijn creatieve vakken die we meer aandacht willen geven. Echter, ook binnen de op het eerste oog
voornamelijk theoretisch lijkende vakken als rekenen en taal speelt creativiteit
een belangrijke rol. Hierbij kan worden gedacht aan opdrachten als: ‘hoe
tel ik op een handige manier de (honderden) vogels op dit blad?’, of: ‘hoe
kom ik erachter of ik meer karton moet gebruiken voor het maken van een
melkfles van een liter (hoog en smal) of voor het maken van een sappak van
een liter (laag en breed). Creativiteit speelt een belangrijke rol bij de
voorbereiding en uitvoering van activiteiten tijdens de weekbreak. Iedere
woensdag om
|
|||||||||||
|
Groeps- samenstelling |
1.6 Samenstelling
groepen
Op onze school hebben we er voor gekozen de
groepen 1 en 2 te combineren. Vanaf groep 3 proberen we zoveel mogelijk
kinderen van dezelfde leeftijd bij elkaar in een groep te plaatsen. Op dit
moment hebben we een groep 5/6 gecombineerd. In beide varianten leren we de kinderen
zelfstandig te werken, rekening te houden met elkaar en we laten ze ervaren
dat ieder mens verschillend is. |
|
Kerndoelen |
2. De kwaliteit van ons onderwijs
2.1 De kerndoelen
In de Wet op het Primair Onderwijs staat een
aantal opdrachten voor de school. Eén van die opdrachten is dat de school les
moet geven in allerlei vakken, zoals Nederlandse taal en rekenen. Per vak is
aangegeven wat de leerlingen moeten leren: de zogenaamde kerndoelen. Een
voorbeeld van zo’n kerndoel voor het vak taal is: de leerlingen kunnen de
hoofdzaken van een informatieve tekst weergeven. Een voorbeeld van een kerndoel bij gymnastiek
is: de kinderen kunnen klimmen in toestellen. Scholen hebben ook de opdracht om niet
uitsluitend aandacht te besteden aan de verstandelijke ontwikkeling van
kinderen. Zo krijgen eveneens de creatieve, sociale en emotionele
ontwikkeling aandacht. Ook hiervoor heeft de wetgever beschreven wat de
leerlingen moeten leren: de zogenaamde leergebiedoverstijgende kerndoelen. Een voorbeeld voor het leergebied sociaal gedrag
is: de leerlingen leveren een positieve bijdrage in een groep: ze durven in
de groep steun te geven aan iemand met een afwijkend standpunt. De kerndoelen geven globaal aan wat de leerling
moet kennen aan het eind van de basisschool. Iedere school geeft op eigen
wijze invulling aan de kerndoelen. De concrete uitwerking van deze kerndoelen
staat in het schoolplan, dat voor iedere ouder ter inzage ligt op school bij
de directie. |
|
Leerstof |
2.2 Hoe bewaken we de kwaliteit van ons onderwijs?
Iedere leerling krijgt een basispakket
aangeboden waarnaast er mogelijkheden zijn om te differentiëren. Zo bieden
onze methodes verrijkingsstof en reteachingmateriaal. De verrijkingsstof is
voor kinderen die de basisstof vlot kunnen verwerken en uitgedaagd moeten
worden om meer met het geleerde te doen. De reteachingstof is bedoeld voor
leerlingen die wat meer tijd, ander lesmateriaal of een aangepaste
begeleidingswijze nodig hebben. |
|
Toetsen CITO
toetsen |
Door regelmatig toetsen af te nemen en goed te
observeren, proberen we een objectief beeld te krijgen van de ontwikkeling
van een kind. We gebruiken methodeafhankelijke toetsen en
methodeonafhankelijke toetsen, zoals die van het CITO. Dit zijn landelijk
genormeerde toetsen. Zo kunnen we de kinderen vergelijken met de gemiddelde
Nederlandse leerling. Uiteraard ontstaat zo ook een beeld van het totale
onderwijs op onze school. Het totaalbeeld wordt gebruikt om de kwaliteit van
ons onderwijs te verbeteren. In groep 7 en 8 laten we de kennis van een
leerling meten door een onafhankelijke organisatie. Dit wordt gedaan met
behulp van de CITO-entreetoets voor
groep 7 en de CITO-eindtoets voor
groep 8, die op school worden afgenomen en op het CITO worden verwerkt. De uitkomst van deze toetsen worden vergeleken
met het advies van de school voor wat betreft het vervolgonderwijs. De
CITO-resultaten bespreken we op de individuele ouderavond. De uitslag op schoolniveau is te bevragen bij de
directeur van onze school. |
|
Extra zorg |
Drie keer per jaar vinden er analyse- en
screeningsgesprekken plaats. Hierin worden afspraken gemaakt over de in te
zetten extra zorg. Als uit toetsen en/of observaties blijkt dat een
kind in zijn ontwikkeling stagneert of vooruit loopt, komt de extra zorg op
gang. Dit kan betekenen dat er eerst extra onderzoek gedaan moet worden,
waarna een handelingsplan wordt opgesteld. In overleg met de leerkracht kan besloten worden
om begeleiding binnen de groep door de leerkracht en/of buiten de groep door
de interne begeleider te laten plaatsvinden (bijvoorbeeld extra instructie,
eigen leerlijn, remedial teaching). Indien deze hulp niet toereikend is kan school,
in overleg met ouders, een consultatiegesprek aanvragen bij Consent (de
onderwijsbegeleidingsdienst). |
|
Rapport “Rapportagekaart” |
U wordt op de hoogte gehouden van de vorderingen
van uw kind door enerzijds de gesprekken tijdens de ouderavond en
anderzijds door de rapporten. Vanaf groep 3 krijgen alle kinderen 3 x per
jaar een rapport. De beoordeling op de rapporten komt op verschillende
manieren tot stand. Ten eerste maken we gebruik van de afgenomen
toetsen. De resultaten van de Cito en AVI toetsen staan op het rapport
vermeld. Echter, een toetsuitslag bepaalt niet alleen de waardering die een
leerkracht aan uw kind geeft. Ook de indruk die de leerkracht van het kind
heeft in de klas is medebepalend. Als de resultaten van een bepaald vakgebied
tegenvallen, geven wij op het rapport een kindgerichte opmerking. Als er
extra acties nodig zijn waarbij er hulp wordt geboden met hulp van anderen
dan alleen de leerkracht of als er een andere leerweg dient te worden
gevolgd, worden deze eerst met ouders/verzorgers besproken alvorens uitgevoerd. Van deze
besprekingen volgt een apart verslag. Deze besprekingen worden op andere
momenten gepland, dan de zogenaamde 10 minuten gesprekken en kunnen ook vaker
dan 3 x per jaar voorkomen. De groepen 6, 7 en 8 krijgen in het rapport een “extra”
rapportage. Hierin staan de beoordelingen van de werkstukken, boekverslagen
en dergelijke vermeld. |
|
CITO resultaten Uitstroomgegevens |
2.3 De kwaliteit van
onze school
Van bijna alle adviezen die we gegeven hebben
voor het voortgezet onderwijs, hebben de kinderen het onderwijs gevolgd dat
is geadviseerd of ze volgen dit onderwijs nog steeds. Dit betekent dat de
adviezen die we geven, doorgaans aansluiten bij het niveau en de ontwikkeling
van het kind. De kwaliteit van een school valt niet alleen af te lezen aan de
resultaten van bijvoorbeeld een CITO-toets. Ieder jaar hebben we te maken met andere
leerlingen en in het kader van ‘Weer Samen Naar School’ krijgen
wij meer ‘zorgleerlingen’. Hieronder een overzicht van de resultaten van de
Cito Eindtoets. Het gaat hier om de totaalscore van onze kinderen afgezet
tegen de totaalscore van alle deelnemende scholen. Overzicht
CITO resultaten van de afgelopen drie jaar:
Wij zijn van mening dat een kwalitatief goede
school een school is die op alle gebieden uit een kind haalt wat erin zit en
betrouwbare adviezen geeft voor het te volgen voortgezet onderwijs. Om dit te kunnen bereiken moet de school steeds
in ontwikkeling blijven. Wij plannen daarom jaarlijks een aantal activiteiten
die gericht zijn op verbetering van ons onderwijs. Uitstroom
kinderen uit groep
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
2.4 Activiteiten ter
verbetering van het onderwijs
Terugblik
en vooruitblik Afgelopen jaar hebben we wederom gewerkt met een
managementteam. De directie, de bouwcoördinatoren en de ib-ers
vormen een professionele eenheid waarbinnen ontwikkelingen op een effectieve
manier aangestuurd kunnen worden. Jaarlijks bepalen we welke stappen we moeten zetten
om te komen tot een ideale Aan de Roer waarna we jaarlijks bekijken of de
ondernomen acties ertoe hebben geleid dat we in de goede richting zitten. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Onderwijs-begeleiding |
Eduforte (de onderwijsbegeleidingsdienst) geeft
ons jaarlijks advies ten aanzien van het begeleiden van (zorg)leerlingen. Zij
ondersteunt ons tevens bij het uitvoeren van deze adviezen in de
praktijk. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Weerbaarheid |
We hebben wederom zeer positieve ervaringen
opgedaan met de weerbaarheidstraining (Rots en water) in alle groepen. We
dragen er zorg voor dat deze groepen minimaal 1 keer de training doorlopen.
Waar nodig zal een herhaling- of opfriscursus worden ingebouwd. We zijn er
trots op dat 1 van onze eigen leerkrachten (juf Ilse Coonen-Hof) de training
geeft en een aantal groepen begeleidt.. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Meervoudige intelligentie |
Onder leiding
van Thijs Soeting van Bazalt hebben we ons voor het tweede jaar verdiept in
Meervoudige Intelligentie. Meervoudige
Intelligentie (MI) is een concept dat er vanuit gaat dat er niet één, maar
meerdere intelligenties bestaan. Elk mens heeft een ‘mentale vingerafdruk’:
een persoonlijk profiel van sterker en minder sterk ontwikkelde
intelligenties. Die zijn voor 45% door aanleg bepaald en voor gemiddeld 55%
sterk ontwikkelbaar. Om alle leerlingen te bereiken en om verschillende
vormen van intelligentie te ontwikkelen, moeten we op uiteenlopende manieren
lesgeven en onze leerlingen gevarieerde werkvormen aanbieden. Het
onderzoekswerk en de theorie van Prof. Dr. Howard Gardner geeft ons een
denkkader waarmee we meer greep krijgen op het ontwikkelingspotentieel van
kinderen. Op basis van uitvoerig onderzoek komt hij tot acht intelligenties
die zich – hoewel in sterke samenhang – zelfstandig ontwikkelen. Een mens is
in ieder van die intelligenties meer of minder sterk. En dat geldt ook voor
de diverse aspecten binnen ieder van de acht intelligenties. De acht
intelligenties geven in feite een indeling, een ordening voor het
ontwikkelingspotentieel van elke leerling. De acht intelligenties zijn:
De afspraken
rondom Coöperatief leren en Meervoudige Intelligentie (MI-COOP) zijn voor de
groepen 1 t/m 8 vastgelegd. Leerkrachten zijn volop bezig met het toepassen
van de werkvormen binnen de reguliere methodes. De
beschrijvingen van de meest gebruikte didactische structuren en de
bijbehorende pictogrammen zijn in iedere klas aanwezig. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Zorg |
Naar
aanleiding van de toetsen die we afnemen vinden er jaarlijks in de
bouwvergadering gesprekken plaats over de signalering, analyse en diagnose
N.a.v. de diagnose wordt voor individuele leerlingen en/of voor een groep
leerlingen een handelingsplan opgesteld. Tevens vinden er
leerling-besprekingen (volgens de intervisiemethode) in de bouw plaats. Van de opgestelde handelingsplannen wordt het
effect bepaald en brengen we in kaart in hoeveel gevallen dit leidde tot een
vervolg van het reguliere onderwijsproces zonder extra hulp. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Technisch lezen |
De groepen 3 t/m 6 werken sinds vier jaar met
instructie lezen waardoor de leerlingen ieder op hun eigen niveau
aandachtspunten krijgen voordat ze gaan lezen. We merken dat dit goede
resultaten oplevert. De groepen 3 hebben het werken met het
circuitmodel uitgebreid waardoor de kinderen op niveau kunnen werken met
gevarieerd materiaal. De vernieuwde methode Veilig leren lezen is ingevoerd. De groepen 1 / 2 hebben verder vormgeven aan de
lees- en schrijfhoek in de klas. Groep 1, 2 en 3 heeft tevens de verteltas,
de abc muur, het woordveld en de pictogrammen voor een boekbespreking
ingevoerd. Dit alles is in het kader van de invoering van
tussendoelen gebeurd. Willen kinderen een bepaald einddoel bij lezen in de
eerste groepen kunnen bereiken dan moet eerst het tussendoel bepaald worden. Inmiddels
is er aan de hand van de tussendoelen een doorgaande lijn opgesteld. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
ICT |
Wij hebben in de
voorgaande schooljaren een nieuwe structuur binnen de school opgezet. Zowel
op het hoofdgebouw als op de dependance kunnen we alle softwarepakketten
gebruiken en beheren. Het technische beheer hebben wij voor een groot deel
uitbesteed aan een extern bedrijf. Zo is onder andere ons
leerlingvolgsysteem compleet geautomatiseerd. Het is onze
doelstelling om het gebruik van de computer ter ondersteuning van ons
onderwijs te intensiveren. Nieuwe ontwikkelingen worden nauwgezet gevolgd.
Zowel dependance als hoofdgebouw zijn voorzien van een multimedia- omgeving
waardoor we de mogelijkheid hebben om aan grotere groepen te presenteren. Het
afgelopen jaar zijn de volgende punten gerealiseerd:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Bedrijfshulp-verlening |
In het kader van veiligheid binnen de school
volgen 14 teamleden jaarlijks de herhalingscursus bedrijfshulpverlening.
Daarnaast volgen twee bedrijfshulpverleners de herhalingscursus ploegleider. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Veiligheid/Arbo |
Afgelopen jaar hebben we weer een heel aantal
acties uitgevoerd wat betreft de veiligheid en hygiëne op onze school. Daarnaast hebben we een RIE (Risico
Inventarisatie – en Evaluatie) afgenomen ter voorbereiding op 2011-2015. Naar
aanleiding daarvan is een plan van aanpak voor de komende vier jaren
gemaakt. De ARBO werkgroep is
verantwoordelijk voor de planning en de uitvoering ervan. In juni heeft de ARBO werkgroep het veiligheidsverslag gemaakt. In dit verslag staan de aandachtspunten voor het komende jaar. Dit verslag wordt jaarlijks met de MR besproken. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Verkeerscommissie |
De afgelopen jaren is er met veel inspanning
door de Verkeerscommissie getracht om de verkeerssituatie rondom het
hoofdgebouw en de dependance te verbeteren. De veiligheid van kinderen,
ouders en leerkrachten is sinds de oprichting van onze school een belangrijk
aandachtspunt. Jaarlijks neemt de Verkeerscommissie samen met de
Gemeente, andere scholen en instanties deel aan het VEBO overleg. Tijdens dit
overleg worden er allerlei activiteiten ontplooid om de veiligheid teverhogen en probeert onze verkeerswerkgroep aanpassingen in de infrastructuur gedaan te krijgen. Dit o.a. met behulp van een verkeersanalyse. Knelpunten die hieruit naar voren komen krijgen de aandacht en we mogen ons verheugen dat een aantal al is gerealiseerd!Het fietspad van de Hambeek richting de rotonde van de Burg. Geuljanslaanis er gekomen met hekken voor de veiligheid van de kinderen.De parkeerverbod voor het hoofdgebouw en voor de poort van de dependance.Daarnaast hebben we het veiligheidslabel opnieuw mogen ontvangen, dat aangeeft dat we op de goede weg zitten met het verkeersbeleid op onze school.Ook zijn er op verschillende tijdstippen acties en projecten die we houden om de veiligheid nog eens onder de aandacht te brengen.Hierbij kunt u denken aan: De scholen zijn begonnen, week van de vooruitgang, groene voetstappen, Streetwise en ludieke acties zoals bijvoorbeeld “Vergeet me niet “waarin nog eens wordt aan gegeven wat de regels zijn op en rond onze twee locaties m.b.t. het brengen en halen van de kinderen. We verzekeren u dat de veiligheid van ons allen ook dit jaar de nodige aandacht zal krijgen. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Cultuur |
Tot nu toe heeft de school altijd veel aandacht
besteed aan cultuuronderwijs. Zo worden er o.a. een aantal cultuuruitstapjes
gepland. Wij hebben een cultuurcoördinator (juf Liesbeth
van de Ven) op onze school. Zij heeft samen met het team beleid vastgesteld
ten aanzien van cultuur en een evenwichtig programma opgesteld zodat alle
kinderen tijdens hun schoolloopbaan op Aan de Roer een aantal culturele
activiteiten meemaken. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Kwaliteitszorg |
In maart 2010 hebben we een regulier Kwaliteitsbezoek
van de inspectie van het Primair Onderwijs gehad. Uit het onderzoek bleek
o.a. dat de resultaten van onze leerlingen aan het einde van hun
schoolloopbaan significant boven het
niveau liggen dat op grond van de kenmerken van de leerlingengroep mag worden
verwacht. Tevens is gebleken dat wij zorg dragen voor het behoud en
verbetering van de kwaliteit van ons onderwijs. Meer informatie kunt u vinden
via de website van de onderwijsinspectie www.onderwijsinspectie.nl. Naast de bevindingen van de inspectie willen wij
graag van ouders en kinderen weten hoe zij onze school ervaren. Om deze reden
houden wij met regelmaat een enquête waarvan we de uitslag in een extra
infobulletin zullen presenteren. De werkpunten die passen binnen onze
schoolontwikkeling zijn verwerkt in het schoolplan 2011-2015. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
De Intern begeleider als
coach |
De
IB-ers zijn dit schooljaar bezig geweest met de begeleiding van de
leerkrachten bij de invoering van Meervoudige Intelligentie en Coöperatief
leren. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wetenschap en Techniek |
Er
is vorm gegeven aan het plan dat in 2009 is opgesteld getiteld “Aan de slag
met techniek op aan Roer”. Wetenschap en techniek speelt in principe bij alle
vakgebieden een rol. Voor alle kinderen liggen hier kansen. Wetenschap en Techniek
leert kinderen o.a. verbanden leggen, plannen, samenwerken en problemen
oplossen. Drie
van onze leerkrachten hebben zich verdiept in de mogelijkheden van wetenschap
en techniek binnen ons onderwijs (juf Wendy Kicken, juf Henriette Kuijper en
juf Marianne Schoolmeesters). Zij hebben het techniekplan van Aan de Roer
verder uitgewerkt. In
dit derde projectjaar hebben de volgende activiteiten plaatsgevonden:
|
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Implementatie Kleuterplein |
De
methode Kleuterplein is twee jaar geleden ingevoerd. Met Kleuterplein ontdekken
en ervaren kleuters de wereld om hen heen. Kleuterplein gaat uit van de individuele
ontwikkeling en de beleving van de kleuter. De kleuters leren zo door spelen
en doen. Kleuterplein is meer dan alleen taal en rekenen: ook motoriek,
wereldoriëntatie, muziek, voorbereidend schrijven en sociaal-emotionele
ontwikkeling komen aan bod. Kleuterplein biedt
daarmee een perfecte doorgaande lijn naar alle vakken en methodes van groep
3. Kleuterplein is het afgelopen jaar verder
geïmplementeerd |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
SCOL |
De
Sociale Competentie ObservatieLijst (SCOL) is een leerlingvolgsysteem voor
sociale competentie. Wij hebben de SCOL het afgelopen
schooljaar ingevoerd. Hierdoor kunnen we kinderen beter begeleiden in hun
sociaal-emotionele ontwikkeling. Het waarborgen van een doorgaande lijn van
groep 1 t/m 8 is hierbij voor ons zeer belangrijk. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Toetsen |
Enkele
CITO toetsen zijn vernieuwd: Spelling en begrijpend lezen voor groep 6 en Rekenen
en wiskunde voor groep 7. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Engels |
De
nieuwe methode Take it easy is ingevoerd in de groepen 7 en 8. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
IPB |
De
stichting Swalm en Roer heeft een nieuw systeem voor het IPB (Integraal
Personeelsbeleid) opgesteld voor alle scholen van de stichting. Het team heeft hierover een studiemiddag bijgewoond
waarbij informatie werd verstrekt en de stand van zaken betreffend IPB op Aan
de Roer werd opgemaakt. Thema’s waren: de Wet BIO (waaronder het
vakbekwaamheiddossier), de gesprekkencyclus, de ipb-audit en het beoordelingsgesprek.
Het hieruit voortgekomen werkplan is leidraad voor de komende vier jaren. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Visie |
Samen
met een externe deskundige hebben we
een intensief traject gevolgd om onze missie en visie te herijken en zo nodig
aan te passen. Het resultaat ervan is terug te vinden in het schoolplan en
hoofdstuk 1 van onze schoolgids. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Belangrijkste werkpunten
voor het schooljaar 2011-2012 |
De leerdoelen en
leerinspanningen van leerkrachten met betrekking tot onderwijs op maat voor
het komende schooljaar (2011-2012) hebben betrekking op: Sociaal-emotionele ontwikkeling: We dragen er zorg voor
dat alle kinderen minimaal 1 keer de training Rots en water doorlopen. Structureel
wordt een herhaling- of opfriscursus ingebouwd. Juf Ilse gaat deze training
dit jaar geven net zoals de lessen aan alle groepen. Op deze manier zal het
Rots en Water principe door de school gebruikt gaan worden en ontstaat er een
doorgaande lijn. MI-COOP:
We gaan ons nu vooral richten op het plannen van activiteiten die een beroep doen op een bepaalde
intelligentie. De verschillende intelligenties zullen verder uitgediept
worden en er worden nadere afspraken gemaakt. Vakwerkgroepen: In het kader van
deskundigheidsontwikkeling gericht op kwaliteitsverbetering van ons onderwijs
stellen we 5 vakwerkgroepen op. Het betreft de onderwerpen: meer- en
hoogbegaafdheid, wetenschap en techniek, dag- en weektaken, MI COOP en
kleuters (o.a. volgsysteem en intakeprocedure). Nieuwe methode Wereldoriëntatie invoeren van de
nieuwe versie van “Wijzer door” voor de groepen 5 tot en met 8. Wetenschap en Techniek: Implementatie van
het wetenschap- en techniekplan, het scholen van leden van de vakwerkgroep en
het management. Missie
/ visie: Specifieke doelen en activiteiten zullen
gekoppeld worden aan de missie en visie van de school. De eerste twee
bijeenkomsten zal Habilis ons hierin begeleiden. ICT:
Integraal
personeelsbeleid
(IPB): Het nieuwe beleid zal
verder vorm gegeven worden. Ingezet
wordt op het opstellen van een vakbekwaamheiddossier, de gesprekkencyclus en
opbrengstgericht werken. Meer- en
hoogbegaafdheid: Op
stichtingsniveau starten twee plusklassen. Onze vakwerkgroep meer- en
hoogbegaafdheid zal samen met de ib-ers zal beleid ontwikkelen om deze
kinderen zo optimaal mogelijk op te vangen.
Schoolplan: We starten met een
nieuw schoolplan waarin de evaluatie van 2007-2011 is meegenomen net als de
resultaten uit de ouder- en kind enquête en de aandachtspunten vanuit het
inspectierapport |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Overige
werkpunten zijn te vinden in de managementsrapportage waarmee we verantwoording
afleggen aan het bestuur van de Stichting Swalm en Roer. |
||||||||||||||||||||||||||||||
Kleuters |
3. De zorg voor onze leerlingen
3.1 Gewenning
De vierde verjaardag van een kind is een
belangrijke gebeurtenis. Het kind gaat een nieuwe stap zetten in het leven.
Het is daarom erg belangrijk dat dit moment zo goed mogelijk wordt begeleid.
Daarom mag een kleuter vanaf zijn vierde verjaardag (in overleg met de
leerkracht) langzaam wennen aan het naar school gaan. Zo kan de leerkracht
extra tijd besteden aan het nieuwe kind. Het is mogelijk dat wanneer een kind
later in het jaar vier wordt, het nog niet of niet volledig naar school kan
komen. In sommige gevallen kan het voorkomen dat het kind moet wachten tot
het nieuwe schooljaar. Opgroeien kost energie en daarom kan het voor
vierjarigen vaak uiterst vermoeiend zijn om vier dagen per week op school te
zijn. In zo’n geval kan in overleg met de groepsleerkracht worden besloten
het kind, in een vast ritme, enkele |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Oudere leerlingen |
De oudere leerlingen die bij ons op school
komen, nodigen we samen met hun ouders uit voor een kennismakingsgesprek. Voor kinderen die een schooloverstap maken na
de grote vakantie, is er de wisseldag. In principe is het is niet mogelijk
(behalve bij verhuizingen of speciale omstandigheden) om tussentijds van
school of klas te veranderen. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Wisseldag |
Op het einde van het jaar vindt de wisseldag
plaats. Alle kinderen zitten dan voor één dag in de klas waar ze het volgende
schooljaar komen te zitten. Op deze manier proberen we kinderen zo goed
mogelijk voor te bereiden op dat wat er gaat gebeuren in het nieuwe
schooljaar. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Intakegesprek kleuters |
3.2 Intakegesprek
Ongeveer twee maanden voordat een kind vier jaar
wordt, nemen we contact op met de ouders voor een intakegesprek. We willen
graag weten hoe de ontwikkeling van het kind verlopen is, zodat we hierop
kunnen aansluiten. Daarom vragen we ouders een uitgebreid vragenformulier in
te vullen, zodat we gerichte vragen kunnen stellen tijdens het intakegesprek.
Indien nodig nemen we, na overleg met de ouders, contact op met de
peuterspeelzaal, het kinderdagverblijf of externe deskundigen zoals de
logopediste. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Intakegesprek oudere
leerlingen |
Voordat een leerling bij ons komt, willen
directeur en/of ib-er kennismaken met ouders en kind. We vinden het
belangrijk om op de hoogte te zijn van het gedrag, de leervorderingen en
schoolresultaten zodat we goed kunnen aansluiten bij de beginsituatie. We
nemen ook altijd contact op met de vorige school. Tevens ontvangen we van de oude
school een onderwijskundig rapport. De afspraak binnen de stichting Swalm en
Roer is dat overstappen gedurende het schooljaar niet mogelijk is tenzij er
sprake is van een verhuizing of een bijzondere situatie. |
||||||||||||||||||||||||||||||
|
Allergie Trakteren |
3.3 Kinderen met een
allergie
Als een kind van onze school een allergie heeft
op het gebied van voeding of anderszins, willen wij hiervan op de hoogte
zijn. We verzoeken de ouders van deze kinderen om de vragenlijst hieromtrent
(verkrijgbaar bij de leerkracht) zo nauwkeurig en duidelijk mogelijk in te
vullen en aan de leerkracht te retourneren. We houden een allergieklapper bij
zodat we beschikken over de recente gegevens. Doel daarbij is dat bij de te
organiseren (schoolse) activiteiten, ook het kind met een allergie een
traktatie krijgt die het mag hebben en die het kind ook lekker vindt. De
klapper wordt ieder schooljaar bijgewerkt, zodat hieruit een uniforme aanpak
voor de diverse activiteiten voortvloeit. 3.4
Trakteren Met ingang van schooljaar 2006 – 2007 hebben wij
het trakteren door kinderen afgeschaft. Alleen bij verjaardagen van
leerkrachten en schoolfeesten wordt er getrakteerd. Uiteraard staat de
gezondheid van de kinderen hierbij
voorop en wordt er rekening gehouden met allergieën. Wij vinden het heel belangrijk dat elk kind
aandacht krijgt als er iets te vieren valt. De leerkracht zal er voor zorgen
dat dit niet ongemerkt voorbij gaat! |
|
Leerling-volgsysteem Cito Taal voor kleuters
en Cito Ordenen CITO SCOL |
3.5 Leerlingvolgsysteem
Vanaf het moment dat een kind bij ons op school
komt, wordt de ontwikkeling nauwkeurig gevolgd. Door regelmatige observaties
en toetsen brengen we de ontwikkeling in kaart. Dit
doen we niet alleen met methodeafhankelijke toetsen (waarmee we meten wat een
kind van de lessen heeft geleerd) maar ook met methodeonafhankelijke toetsen
waarin we zien wat het niveau van een kind is als we het vergelijken met het
niveau van de gemiddelde Nederlandse leerling. We noemen dit een
leerlingvolgsysteem en dit heeft als doel om problemen te signaleren en in
een vroeg stadium te verhelpen. Uiteraard ontstaat zo ook een beeld van het
totale onderwijs van onze school. Ook dat totaalbeeld bekijken en bespreken
we, zodat we ons onderwijs steeds kunnen aanpassen en verbeteren. In de groepen 1-2 maken we gebruik van het
leerlingvolgsysteem dat gericht is op de algemene leervoorwaarden en de
sociaal-emotionele ontwikkeling. We observeren de leerlingen met behulp van
een door PRAVOO ontwikkelde observatielijst en nemen in groep 1 Cito Taal
voor kleuters af en in groep 2 Cito Taal voor kleuters en ordenen. Hiermee
kunnen we aantonen of een leerling voldoet aan de specifieke leervoorwaarden voor
groep 3. De observatielijsten kunnen aanleiding zijn om tot verdiept
onderzoek over te gaan. Hiervoor gebruiken wij de genormeerde CITO-toetsen en
de lees- en spellingsvoorwaarden. Vanaf groep 3 worden de vorderingen op het
gebied van lezen, taal en rekenen enkele keren per jaar getoetst met
landelijk genormeerde toetsen van het CITO (Centraal
Instituut voor Toetsontwikkeling). Soms geven de prestaties en/of het gedrag
in en buiten de klas aanleiding om extra maatregelen te nemen. Vanaf groep 3 volgen wij de sociaal-emotionele
ontwikkeling van de kinderen middels de SCOL (Sociale Competentie Observatie
Lijst). De groepsleerkracht vult dit instrument twee keer per jaar in. |
|
Extra zorg op
groepsniveau Extra zorg op
schoolniveau |
3.6 Speciale leerlingenzorg
Er zijn drie niveaus van extra zorg te
onderscheiden. Bij extra zorg op groepsniveau gaat het om
onderwijs in de eigen groep, waarbij de leerkracht, waar mogelijk, rekening
houdt met verschillen tussen de leerlingen. Hierbij kan men denken aan het
tempo, het materiaal, de oplossingsstrategie of het niveau. Wanneer op
groepsniveau sprake is van extra zorg betreft het extra steun die door de
eigen leerkracht wordt gegeven. De leerkracht signaleert een probleem,
bespreekt dit vroegtijdig met de ouders en beslissingen over extra zorg
worden door hen samen, soms in overleg met de interne begeleider, genomen. Bij deze zorg gaat het om extra steun die door
anderen dan de eigen leerkracht wordt verleend. Daarbij kan onderscheid
gemaakt worden tussen interne en externe ondersteuning. |
|
|
Interne ondersteuning Extra hulp kan rechtstreeks ten goede komen van
het kind. In overleg met de leerkracht kan besloten worden om begeleiding
binnen de groep door de leerkracht en/of buiten de groep door de interne
begeleider te laten plaatsvinden (bijvoorbeeld extra
instructie, eigen leerlijn, remedial teaching). Externe ondersteuning De externe ondersteuning kan plaats vinden door
bijvoorbeeld een ambulante begeleider van een school voor speciaal
basisonderwijs, een medewerker van de onderwijsbegeleidingsdienst (Eduforte)
of een medewerker van een instelling voor jeugdhulpverlening. Ook zijn er
leerlingen die hulp krijgen bij een externe remedial teacher. Beslissingen over hoe het kind het best begeleid
en opgevangen kan worden, worden dan uiteindelijk genomen door de ouders, de
leerkracht en de interne begeleider. Samenwerking met
externen via het Zorg en Advies Team (ZAT) Elke
school moet er voor zorgen dat de leerlingen zo goed mogelijk de school
doorlopen. Soms is daarbij extra zorg nodig. Dat kan zorg zijn op het gebied
van leren, maar ook zorg op het gebied van gedrag, of zorg omdat een leerling
niet lekker in zijn vel lijkt te zitten. Soms heeft de school bij het
begeleiden van zorgleerlingen hulp van anderen nodig. De school werkt
daarvoor samen met mensen die deskundig zijn op dat gebied, b.v. mensen van
de onderwijsbegeleidingsdienst, of mensen van Bureau Jeugdzorg (BJZ), en het
Algemeen Maatschappelijk Werk (AMW). Net zoals de meeste andere scholen in
Roermond en omgeving, werkt Aan de Roer samen via een ZAT. Dit betekent een
Zorg en Adviesteam. In het ZAT zit een vaste medewerker van school (de intern
begeleider), en ook vaste medewerkers van BJZ, AMW en Jeugdgezondheidszorg.
Als het nodig is, kunnen er soms ook andere deskundigen bij zitten, b.v. de
leerplichtambtenaar, of iemand van de onderwijsbegeleidingsdienst, of
ambulante begeleiders vanuit het speciaal basisonderwijs of speciaal
onderwijs. Wij
willen er zo voor zorgen dat er op tijd de goede zorg wordt gegeven, het
liefst als de problemen nog niet te groot zijn. Ook willen we dat school en
deskundigen buiten de school goed samenwerken, en samen één plan maken voor
een kind. We hopen dat de drempel naar de hulpverlening niet zo hoog is als
we vanuit de vertrouwde omgeving van de school de zorg aanbieden of op gang
brengen. De werkwijze Op
geregelde tijdstippen (minimaal 4 maal per jaar) komt het ZAT op school bij elkaar om te
spreken over leerlingen die extra zorg nodig hebben. Ook buiten de
bijeenkomsten van het ZAT houdt de intern begeleider, als dat nodig is,
contact met de betrokken instellingen. In
het ZAT wordt besproken hoe we met een bepaald probleem om kunnen gaan. Kan
de intern begeleider zelf aan de slag,
of is er hulp nodig van de deskundigen? En welke hulp is dan het beste? Ook
bespreken we wat er gebeurd is met de leerlingen die tijdens de vorige
bijeenkomsten besproken zijn. Is de hulp al gestart? Heeft het gewerkt?
Moeten we nog andere afspraken maken?, enz. Verder
kunnen we vanuit het ZAT nog de volgende dingen doen:
Als
we een leerling willen bespreken in het ZAT of met andere hulpverleners, zal
de school hiervoor altijd eerst schriftelijk toestemming aan de ouders
vragen. Het is mogelijk om een leerling anoniem te bespreken in het ZAT
wanneer ouders geen toestemming hebben gegeven. Omgaan met
leerlinggegevens De
gegevens van de leerlingen die de school verzamelt in het ZAT, maar ook de
informatie die de school krijgt van de ouders, of de meer algemene informatie
over de leerling (zoals de naam en het adres, het verzuim, de
toetsresultaten, enz.) komen allemaal in het leerlingdossier van de leerling
te staan. Al
deze informatie is nodig om de leerling goed onderwijs en goede zorg te
kunnen geven. We
gaan heel zorgvuldig om met deze gegevens. Dat moeten we ook, omdat dat valt
onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Wilt u meer weten over deze wet
kijk dan op http://www.cbpweb.nl. Deze
wet is er om ervoor te zorgen dat gegevens over personen zorgvuldig gebruikt
worden, en dat er geen misbruik van deze gegevens gemaakt wordt. Daarom mogen de gegevens van het
leerlingdossier alleen binnen de school gebruikt worden. De ouders moeten dan
ook altijd eerst toestemming geven als de school informatie over de leerling
wil bespreken met anderen, of als anderen informatie over een leerling willen
vragen bij de school. Als
u vragen hebt over het leerlingdossier
of over het zorgoverleg in de school, neem dan contact op met de interne
begeleiders. |
|
Extra zorg op bovenschools
niveau Van groep 2 naar groep 3 |
Hierbij gaat het om extra zorg waarbij de hulp
van andere scholen nodig is. Vaak gaat het om speciale scholen voor
Basisonderwijs. Het kan voorkomen dat een leerling van onze school begeleid
wordt door een leerkracht uit het Speciaal Onderwijs. We noemen dit (preventieve) ambulante
begeleiding. Als deze vormen van extra zorg niet toereikend
zijn voor een kind zal er in overleg een andere school gezocht moeten worden. Binnen elk samenwerkingsverband is een
Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) werkzaam die in elk geval
beoordeelt of de plaatsing van een leerling op een speciale school
noodzakelijk is. 3.7 Van
Groep 2 naar Groep 3 De inspectie stelt dat kinderen die voor 1
oktober met het onderwijs begonnen zijn, aan het eind van het
instroomschooljaar naar groep 2 moeten en een jaar later naar groep 3. Onze
school neemt primair de ontwikkeling
van het individuele kind als uitgangspunt voor de beslissing over
doorstroming of verlenging. Voor
bepaalde kinderen is het beter om de leertijd te verlengen omdat zij dan meer
tijd krijgen voor het bereiken van de ontwikkelingsdoelen. Er kan zodoende
een doorgaande ontwikkeling worden gewaarborgd die in andere gevallen tot een
geforceerde ontwikkeling of ontwikkelingshiaten zou kunnen leiden. Wanneer
op grond van het leerlingvolgsysteem in maart/april vermoed wordt dat een
groep 2-leerling problemen zal ondervinden in groep 3, stelt de school de ouders
hiervan op de hoogte. Vervolgens volgt de school de maanden daarop
nauwlettend de ontwikkeling van het kind. Met de verkregen informatie gaat de
school opnieuw in gesprek met ouders. Na dat gesprek neemt de school
uiterlijk in juni intern een besluit over het schoolvervolg. De school
streeft naar een besluit dat dooralle betrokkenen gedragen wordt. De praktijk
leert dat wij als school op grond van onze ervaring een goede inschatting
kunnen maken over de kansen en risico’s van het onderwijs in groep 3 voor
kinderen van groep 2. Over het algemeen geldt
dat kinderen bij wie overwogen wordt om vroegtijdig naar groep 3 te gaan een
duidelijke voorsprong moeten hebben op leeftijdsgenoten, alles goed mee
kunnen doen met groep 2 en liefst nog iets beter presteren, gedurende langere
tijd. Dit omdat er bij veel kinderen in de kleuterleeftijd sprake is van
ontwikkelingsvoorsprongen die later weer ingelopen kunnen worden door de
anderen. Er blijft sprake van
uitzonderingen omdat in groep 2 veel aandacht geschonken wordt aan de brede
ontwikkeling van de kinderen en in groep 3 meer aandacht is voor het cognitieve
aspect. Dit is iets waar kinderen wel aan toe moeten zijn. In geval van vroegtijdig
naar groep 3 gaan, beslist de leerkracht van het kind. Zij heeft de kinderen
twee jaar in de groep gehad en heeft een beeld van de leerling. Als een kind
een ontwikkelingsvoorsprong heeft en de leerkracht heeft beslist dat het beter
is om toch in groep 2 te blijven, wordt het kind goed begeleid. Gedurende het
schooljaar wordt het kind gestimuleerd om oefeningen en activiteiten te gaan
doen op een moeilijker niveau dan de andere kinderen. Het kind wordt
uitgedaagd en geprikkeld met gevarieerde materialen en krijgt oefeningen en
opdrachten op zijn niveau. Voor leerlingen die van
een andere school instromen geldt het advies van de school waar het kind
vandaan komt. In geval van twijfel voert de school zelf een onderzoek uit.
|
|
Weer Samen Naar School |
3.8 Samenwerkingsverband Swalm en Roer Onze school participeert in het samenwerkingsverband Swalm
en Roer dat bestaat uit 26 basisscholen en een school voor speciaal
basisonderwijs. Deze scholen zijn verspreid over twee gemeenten: Roerdalen en
Roermond. In het -
Stichting Swalm en Roer voor Onderwijs en Opvoeding -
Stichting Pallas te Arnhem Het beleid is vastgelegd in het Zorgplan
2008-2009. Dit beleidsplan vormt de basis voor het onderwijskundig beleid en
met name het zorgbeleid van alle scholen. In beleid staat de volgende visie centraal: De beste zorg voor leerlingen is goed onderwijs.
Het is goed onderwijs waar het SWV Swalm en Roer voor wil gaan. Voor het
samenwerkingsverband is de ideale school een school waar iedere leerling,
meer, minder of anders getalenteerd, zich kan ontpooien in een prettig
klimaat. Basisgedachte hierbij is dat verschillen tussen
leerlingen vanzelfsprekend zijn. Wij hebben te maken met veranderende
kinderen in een veranderende omgeving. Het vraagt, naast een grote inzet, andere
accenten op pedagogische en didactische kwaliteiten om zo goed mogelijk bij
de verschillen en behoeften van leerlingen aan te sluiten. Het inhoudelijk beleid wordt geïnitieerd en
aangestuurd door een coördinator die functioneert onder leiding van het
bestuur van het samenwerkingsverband. Uitvoering van het beleid vindt hoofdzakelijk
plaats op schoolniveau onder verantwoordelijkheid van directies en IB-ers.
Daarnaast kunnen werkgroepen worden gevormd die activiteiten uit het Zorgplan
voorbereiden, uitvoeren of coördineren. In het Samenwerkingsverband functioneert een
Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). De PCL heeft tot taak te
beoordelen of en welke bovenschoolse zorg voor een leerling noodzakelijk is
en of een SBO beschikking gewenst is. De taken, verantwoordelijkheden en werkwijze van
de PCL zijn nader uitgewerkt in het Huishoudelijke Reglement PCL (met daaraan
gekoppeld de klachtenregeling). Vestigingsadres
SWV: Stichting Postbus
606 6040 AP Roermond Vestigingsadres
PCL: PCL - SWV
Swalm en Roer Postbus 606 6040 AP Roermond Bestuur
Voorzitter: dhr.
T.Timmermans (bestuurslid
Swalm en Roer)
Secretaris/penningmeester dhr. A. Uiting (bestuurslid
Swalm en Roer) Lid: vacature
(bestuurslid Pallas) Coördinator: dhr.
T. Titulaer PCL: Voorzitter: drs. Marieke Wissing dhr.
Jozef Reinders (dir SBO) Voor
meer informatie zie de website van het samenwerkingsverband: www.swv-swalm-roer.nl De extra leerlingenzorg wordt gecontinueerd in het
vervolgonderwijs Op de meeste basisscholen zitten kinderen
die extra zorg krijgen. Voordat de school met de extra hulp start, wordt de
vraag gesteld: “Kunnen we dit zelf, of is er op de speciale (basis)school een
betere plek voor onze leerling? In toenemende mate is het antwoord: “Ja, dat
kunnen we zelf”. Het beleid achter deze ontwikkeling heet:
Weer Samen Naar School (WSNS).Daarnaast bestaat er ook
de leerlinggebonden financiering (LGF, de zogenaamde ‘rugzak’). Dit heeft ertoe geleid dat de speciale (basis-) scholen in de
afgelopen jaren steeds minder leerlingen hoefden op te vangen, omdat de
basisscholen zelf de extra zorg kunnen bieden. Aan het eind van de basisschool bespreekt
de school met de ouders welke vervolgopleiding het meest geschikt voor hun
kind is. De extra zorg die het kind op de basisschool heeft gekregen bestaat
ook in het vervolgonderwijs. Dit heet leerwegondersteunend onderwijs
(LWOO) of praktijkonderwijs (PRO).
LWOO betekent dat uw kind extra hulp krijgt in het voortgezet
onderwijs. PRO betekent dat het voor uw kind beter is dat hij deze hulp
krijgt in een aparte school met nog meer extra faciliteiten. Voor kinderen die een leerlinggebonden
budget hebben, geldt ook dat deze extra ondersteuning gecontinueerd kan
worden in het vervolgonderwijs als tenminste voldaan wordt aan de daarvoor
geldende criteria. Al deze
voorzieningen geven de garantie voor extra hulp het
vervolgonderwijs. Om als leerling hiervoor in aanmerking te komen is een
indicatie noodzakelijk; Het is dus geen
automatisme!
De leerling wordt getest en er wordt een rapport opgemaakt zodat
beoordeeld kan worden of de leerling voldoet aan de geldende criteria. Hiervoor
zijn verschillende routes. Een LWOO
indicatie wordt afgegeven door een Regionale Verwijzingscommisie (RVC). De PRO
beschikking wordt afgegeven door de Permanente Commissie leerlingenzorg (PCL)
en de rugzakindicatie door de Commissie voor indicatiestelling (CVI’s) Als basisschool zullen we indien nodig u
en uw kind begeleiden bij de overstap naar een van deze drie vormen van extra
leerlingenzorg. Niet elke basisschool geeft op dezelfde
wijze extra hulp op school. Dat geldt ook voor de scholen voor vervolgonderwijs.
Niet elke school voor voortgezet onderwijs
heeft LWOO op dezelfde wijze ingevuld. Bij de keuze van de ouders voor de
vervolgschool, zou dat een aanvullende vraag kunnen zijn: “Hoe helpen ze ons kind daar verder? Sluit deze hulp aan bij de reeds geboden hulp op de
basisschool en is het
noodzakelijk dat deze hulp aansluit?” De conclusie is dus: De extra zorg op de
basisschool zal in principe worden voortgezet op het voortgezet onderwijs. De
wijze waarop kan (sterk) afwijken van de wijze waarop in het basisonderwijs
extra zorg is verleend. Leerlingen
die op de basisschool geen extra zorg hebben gehad kunnen daarvoor in het voortgezet onderwijs
toch in aanmerking komen mits ze maar voldoen aan de daarvoor geldende
criteria. |
|
Leerling gebonden
financiering |
3.9 Leerling gebonden financiering
Met alle middelen
probeert het onderwijs de uitstroom van leerlingen naar het speciaal
onderwijs te voorkomen. Uitgangspunt hierbij is dat het voor bijna alle
leerlingen beter is om op de eigen (buurt)school te zitten. Ook voor
leerlingen die het wat moeilijker hebben met hun leren of met hun gedrag. In de nieuwe wet LGF
die in augustus 2003 van kracht is gegaan, krijgen ouders van gehandicapte leerlingen het
recht om te kiezen voor een school voor speciaal onderwijs of voor een gewone
basisschool. We moeten hierbij denken aan kinderen met een lichamelijke en/of
geestelijke handicap. Natuurlijk kunnen deze leerlingen niet altijd geplaatst
worden. Dat is afhankelijk van de aard en de zwaarte van de handicap en van
wat de school te bieden heeft en aan kan. Het belang van het kind behoort
altijd voorop te staan. Een gehandicapte
leerling plaatsen op een gewone basisschool is gebonden aan strenge regels.
Een commissie bepaalt aan de hand van het dossier van de leerling of deze
geplaatst kan worden. Als de leerling daadwerkelijk geplaatst wordt krijgt de
school hier ook extra middelen voor en vindt er begeleiding plaats vanuit het
speciaal onderwijs. De leerling brengt als het ware een rugzak mee met extra’s
waarmee de basisschool hem beter kan begeleiden. Vandaar de benaming
Rugzakleerling. Op Aan de Roer wordt
bij een aanmelding van een leerling met een positieve beschikking van een
commissie voor de indicatiestelling (een rugzakleerling) de onderwijskundige
vraag van het kind doorgenomen. Er wordt gekeken naar de hulpvraag van het
kind. Aan de hand van de hulpvraag wordt bekeken wat dat betekent voor het pedagogische
klimaat, het didactische klimaat, de leerlingenzorg, de professionalisering,
de ondersteuning en de huisvesting. Centraal in de
beantwoording staat het belang van het kind en de mogelijkheden van de school
om het ontwikkelingsproces van het kind te ondersteunen. Bij het besluit tot
toelating zal er altijd sprake zijn van een teambesluit. We gaan er immers
van uit dat bij toelating, de leerling de gehele basisschoolperiode op onze
school welkom zal zijn. |
Schoolteam |
4. De personele organisatie
4.1 Het schoolteam van
‘Aan de Roer’
Ons team van ‘Aan de Roer’ bestaat uit 20
enthousiaste leerkrachten, 2 intern begeleiders, een secretaresse, een
conciërge en de directie. Samen vormen wij een hecht team dat zich richt op
het verzorgen van kwalitatief goed onderwijs en het creëren van een prettige
sfeer om te leren en te werken. Binnen ons team wordt ernaar gestreefd de
gezamenlijke deskundigheid zoveel mogelijk te bevorderen. Wij hebben daarom o.a.
cursussen gevolgd in adaptief onderwijs, coöperatief leren, meervoudige
intelligentie, planmatig handelen, muziek, computeronderwijs en lezen.
Daarnaast heeft iedere leerkracht de mogelijkheid om zich te bekwamen in
specifieke onderwijsaspecten, zoals SVIB (school video interactie
begeleiding), bedrijfshulpverlening en middenmanagement. Daarnaast hebben wij
niet alleen een onderwijskundige taak maar zijn wij als onderwijsteam ook
betrokken bij het overleg met de medezeggenschapsraad, de voorbereiding van
projecten en feesten en contacten met de ouders. Deze taken zijn evenredig
verdeeld over het gehele team. |
|
|
4.2 Wie komen de kinderen
tegen op school?
|
|
Directeur |
Henriëtte Rademakers |
|
Adjunct directeur |
Rianne Poell-Mertens |
|
Interne begeleiders |
Theo van Iterson en Im Rubens |
|
ICT |
Theo
van Iterson |
|
Bouwcoördinator |
Manon Bremmer-Verhees groep 1 tot en met 4 |
|
Bouwcoördinator |
Rianne Poell-Mertens groep 5 tot en met 8 |
|
|
|
|
Leerkrachten |
Groep 1-2A
: Chantal Hermans Groep 1-2B
: Petra Hilkens / Ilse Coonen Groep 1- Groep 1-2D
: Liesbeth van de Ven Groep 3A : Angelique
Flecken Groep 3B
: Yvonne Poels Groep 4A
: Manon Bremmer / Will Hansen Groep 4B
: Kitty Rutten / Angelika van
der Wallen Groep 5 : Marianne
Schoolmeesters Groep 5/6
: Claudia Maessen Groep 6 : Wendy
Kicken Groep 7A
: Diana Mouton Groep 7B
: Henriёtte Kuijper /
Will Hansen Groep 8A
: Daniёlle Broens Groep 8B
: Mo Vaessen / Judith Hover |
|
Onderwijs-ondersteunend
personeel |
Het onderwijs ondersteunend personeel zijn de
mensen die in ondersteunende zin een belangrijke rol spelen in het onderwijs. Carla Nizet is onze secretaresse en verzorgt de
administratie en Peter Aarts is onze conciërge. Daarnaast is er nog het personeel van SCR dat de
schoonmaak voor haar rekening neemt. |
|
Logopedist |
Eén keer per drie weken komt de logopediste van
de GGD op school. Haar taak is het signaleren van problemen m.b.t. de spraak-
en taalontwikkeling en het adviseren van ouders ten aanzien van verdere hulp. |
|
Stagiaires |
De school biedt
stagiaires van de Fontys Hogeschool de mogelijkheid om ervaring op te doen
met het werken als leerkracht in het basisonderwijs. Wij zijn van mening dat
ook ‘Aan de Roer’ een verantwoordelijkheid heeft bij de invulling van een
goede en praktische opleiding van toekomstige leerkrachten voor het
basisonderwijs. De klassenleerkracht, die als mentor deze
studenten begeleidt, ondersteunt het lesgeven en geeft daar waar nodig is hulp
en suggesties. Ook leraren van de opleidingen bezoeken de school om deze
stagiaires in de praktijk aan het werk te zien. De groepsleerkracht blijft de
eindverantwoordelijke. Ook bieden wij stagiaires van het ROC en Gilde
Opleidingen een plek binnen onze school. Deze stagiaires volgen de opleiding
helpende welzijn, klassenassistent of onderwijsassistent. Zij verrichten hand- en spandiensten in en buiten de klas. Ze doen spelletjes met de kinderen, helpen bij het aan- en
uittrekken van schoenen, gymkleding, jassen en begeleiden ze in
diverse onderwijssituaties. Ze bereiden materialen
voor, kopiëren, helpen bij het schoonhouden van lokalen en gangen, ruimen op na afloop van de lessen, enz. enz. Ze geven géén
les, maar assisteren de leerkrachten. Ze zijn in het bijzonder in de onderbouw
verschrikkelijk belangrijk. Door hun assistentie wordt het voor leerkrachten
mogelijk om de begeleiding van de kinderen te individualiseren en waar nodig
extra hulp en instructie te geven. |
|
Vervanging bij ziekte |
4.3 Vervanging bij
ziekte / buitengewoon verlof / CV / taakuren of nascholing
Het kan gebeuren dat
de leerkracht van uw kind ziek wordt. Dat is in de eerste plaats vervelend
voor haar of hem, maar ook vervelend voor uw kind, de collega’s en de organisatie.
De directie probeert in eerste instantie voor vervanging te zorgen. Steeds
vaker zijn vervangers niet voorradig. De school staat dan voor het probleem
om intern naar oplossingen te zoeken. Afhankelijk van de situatie kan er
bijvoorbeeld voor gekozen worden om leraren of directieleden die geen eigen
groep hebben, in te zetten. Natuurlijk kan dit niet oneindig lang duren. De
werkzaamheden van deze personen blijven immers gewoon liggen. Soms moet er
besloten worden om leerlingen van verschillende groepen bij elkaar te voegen.
Klassen worden hierdoor te groot en leraren raken overbelast. Indien deze
situatie zich te lang voordoet zullen kinderen
naar huis gestuurd worden. Hiermee willen we
uiteraard zeer zorgvuldig omgaan. Wij willen u ruimschoots de gelegenheid
geven om voorbereidingen te treffen in uw thuissituatie om oplossingen te
zoeken. Indien er geen
vervanging is voor de leraar van uw kind, wordt er als volgt gehandeld: ·
Op de eerste ziektedag van de
leraar krijgen de kinderen een vooraankondiging mee naar huis waarin wordt
vermeld dat de leraar ziek is en dat
er geen vervanging te vinden is. In
deze aankondiging staat verder dat er
op school geïmproviseerd zal worden om het probleem op te lossen, dat
deze situatie enige tijd kan aanhouden en dat de mogelijkheid bestaat dat op
dag drie de kinderen niet meer naar school kunnen komen. ·
Op de tweede ziektedag van de
leraar gaat indien noodzakelijk de definitieve aankondiging met de kinderen mee dat op de
derde ziektedag de kinderen niet meer naar school kunnen komen. ·
Tevens worden op deze dag de
inspecteur en het bestuur van deze beslissing op de hoogte gesteld. ·
Kinderen kunnen nooit langer dan
twee dagen naar huis gestuurd worden. Is er dan nog altijd geen vervanging
gevonden dan zal een andere groep aan de beurt zijn om naar huis gestuurd te
worden. Voor deze groep geldt dan hetzelfde scenario als voor de voorgaande
groep. In de praktijk zal
deze situatie hopelijk niet of nauwelijks voorkomen, maar het valt niet uit
te sluiten. Onze school verplicht zich om in deze situaties uiterst omzichtig
te werk te gaan en alleen in uiterste noodzaak zo te handelen. |
|
CV |
Ook leerkrachten hebben recht op
Compensatieverlof (CV). Getracht wordt de vervanging hiervan zoveel mogelijk
door dezelfde leerkracht te laten doen. De leerkrachten in de groepen 1/2
hebben samen met de leerlingen vrij. De leerkrachten van groep 3/4 hebben een
aantal vrijdagmiddagen samen met hun leerlingen vrij en de groepen 3 t/m 8 een
aantal keren de gehele vrijdag. |
|
Buitengewoon verlof |
In geval van buitengewoon verlof van een
leerkracht zal in eerste instantie gezorgd worden voor externe opvang. Lukt
dit niet, dan wordt de vervanging zoveel mogelijk onderling geregeld. |
|
Taakuren |
Sommige leerkrachten hebben taakuren voor bijvoorbeeld
ICT (Informatie Communicatie Technologie) of IB (interne begeleiding). Deze
uren zijn ingeroosterd en hoeven dus niet opgevangen te worden. |
|
|
|
|
Verplichte
onderwijstijd |
5. Rechten en plichten van ouders / verzorgers/ bevoegd gezag
5.1 Verplichte
onderwijstijd
De groepen 1 tot en met 8 krijgen dit jaar qua
omvang als volgt onderwijs:
|
|||||||||
|
Leerplicht |
5.2 Leerplicht / verlof
Vanaf de eerste schooldag van de maand, volgend
op de maand waarin het kind vijf jaar is geworden, is het volledig
leerplichtig. Dit betekent dat uw kind de gehele week onderwijs dient te
volgen. Mogelijk zal in de nabije toekomst de leerplichtige leeftijd worden
verlaagd naar vier jaar, doch dit is op heden nog geen formele wet. De
leerplicht houdt op wanneer het kind het schooljaar heeft doorlopen, waarin
het kind 17 jaar is geworden. Samengevat komt de leerplicht erop neer, dat de
leerplichtconsulent van de gemeente toezicht houdt, of een volledig
leerplichtig kind de gehele week onderwijs volgt. Voor het kind is dit een
recht, voor de ouders een plicht om het kind het recht te geven. De leerplicht bepaalt in een aantal artikelen
waaraan de ouders en schooldirecteuren zich moeten houden :
Vakantie is geen gewichtige
omstandigheid!
|
|||||||||
|
Schoolverzuim |
Schoolverzuim De directeur van de school is wettelijk
verplicht de leerplichtconsulent vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim mede
te delen. De directeur kan eveneens het herhaaldelijk te laat komen van
leerlingen melden. De leerplichtconsulent zal altijd proces-verbaal inzake overtreding van de leerplicht
opmaken tegen de ouder, die na afgewezen verlofaanvraag, het kind toch
ongeoorloofd van school houdt. Tot 12 jaar is de ouder/verzorger volledig
verantwoordelijk voor het schoolbezoek van het kind. |
|||||||||
|
Verlof |
Verlof Vakantieverlof (art. 11 onder f. van de
leerplichtwet) wordt alleen verleend, wanneer: Wegens specifieke aard van het beroep van een
van de ouders of verzorgers (landbouwbedrijf of horeca) is het slechts
mogelijk buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan. Er dient een
werkgeversverklaring overlegd te worden waaruit blijkt dat geen verlof buiten
de officiële schoolvakanties mogelijk is. Deze verklaring wordt gecontroleerd
bij de werkgever. Indien er met deze redenen verlof wordt
verleend, mag:
Extra vakantie om het “thuisland te bezoeken”,
of om de “file voor te zijn” of “omdat de boekingskosten dan minder zijn”,
behoren niet tot bijzondere omstandigheden. Aanvragen in deze trant zullen
dus worden afgewezen. |
|||||||||
|
Verlof wegens gewichtige
omstandigheden |
Verlof wegens gewichtige omstandigheid (art. 11
onder g van de Leerplichtwet): Het uitgangspunt bij de beoordeling van deze
aanvragen is dat dit extra verlof alleen gegeven wordt als daarmee een
kennelijk onredelijke situatie vermeden kan worden. Bij de afweging dient het
belang van de leerling voorop te staan. Een aantal voorbeelden voor
buitengewoon verlof:
Voor andere calamiteiten en naar het oordeel van
de directeur belangrijke redenen; Vakantie
is geen gewichtige omstandigheid! |
|||||||||
|
Buitenschoolse RT onder
schooltijd |
In het afgelopen schooljaar kregen wij regelmatig van ouders
verlofaanvragen m.b.t. buitenschoolse RT onder schooltijd. Hierdoor werden wij geconfronteerd met
absentie van leerlingen. In overleg met de Leerplichtambtenaar hebben we
besloten om buitenschoolse RT onder schooltijd niet toe te staan. |
|||||||||
|
Verlofaanvragen |
De wijze van het indienen van een
verlofaanvragen voor:
Als het gaat om verlof van:
Dit verzoek dient de ouder/verzorger
schriftelijk in te dienen bij de directeur. De directeur zendt deze aanvraag
door naar de leerplichtconsulent. Voor verdere vragen of inlichtingen over
leerplichtzaken kunt u altijd terecht bij de leerplichtconsulent van de
gemeente Roermond: tel. 359347 |
|||||||||
|
Spijbelen |
Als een leerling zonder bericht niet op school
komt, dan neemt de school direct contact met u op. Als u zelf merkt dat uw
kind spijbelt, schakel ons dan meteen in. We kunnen dan samen afspraken maken
over de aanpak van het probleem. Als een leerling regelmatig wegblijft zonder een
geldige reden, dan stelt de school de leerplichtambtenaar van de gemeente
hiervan op de hoogte. |
|||||||||
|
Schorsing/ Bezwaarschrift Overblijven |
Wanneer wordt een leerling van school gestuurd? Heel soms gebeurt het dat een leerling van
school wordt gestuurd. Dit kan tijdelijk zijn (dit heet : schorsing) of
definitief (dit heet: verwijdering). Dit gebeurt alleen als de leerling zich
heel slecht gedraagt. Het bestuur van de school neemt hierover dan een
beslissing. Maar eerst praat het bestuur met de leraar en de ouders. Levert dit overleg niets op, dan kunnen de
ouders aan de onderwijsinspectie vragen om te bemiddelen. Blijft een
schoolbestuur bij zijn besluit, dan kunnen de ouders schriftelijk bezwaar
aantekenen. Als bij verwijdering het overleg tussen schoolbestuur en ouders
niets oplevert, dan kunnen de ouders de onderwijsinspectie vragen om te
bemiddelen. Als het schoolbestuur desondanks bij zijn besluit blijft, dan
kunnen de ouders binnen schriftelijk bezwaar aantekenen. In dat geval moet
het bestuur binnen vier weken eveneens schriftelijk op uw bezwaarschrift
reageren. Blijft het bestuur dan alsnog aan zijn besluit vasthouden, dan
kunnen de ouders in beroep gaan bij de rechter. Als een kind wordt weggestuurd, moet het bestuur
binnen acht weken een andere school voor het kind proberen te vinden. Op het
moment dat het bestuur een nieuwe school heeft gevonden, mag het kind
definitief niet meer op de oude school komen. Is er na acht weken nog geen
nieuwe school gevonden? Ook dan mag de school het kind definitief van school
sturen. De school moet in zo’n geval wel kunnen bewijzen dat er echt naar een
andere school is gezocht. Als een kind zich niet gedraagt tijdens het
overblijven, kan de school besluiten om een kind niet meer te laten deelnemen
aan het overblijven. Ouders zijn dan zelf verantwoordelijk voor de opvang
tijdens de lunchpauze. |
|||||||||
|
Vakantie Vrije dagen |
De vakanties en vrije dagen voor het schooljaar
2010 / 2011 staan vermeld in de kalender die u in het nieuwe jaar ontvangt.
Het vakantierooster is door de MR vastgesteld. |
|||||||||
|
Schooltijden |
De schooltijden van maandag tot en met vrijdag
zijn:
De kleine pauze is voor groep 1 t/m 4 van 10.15
uur tot 10.30 uur en voor groep 5 t/m 8 van 10.30 tot 10.45 uur. De grote
pauze vindt tussen 11.40 uur en 12.45 uur plaats. De kinderen van groep 1 en 2 hebben iedere
vrijdag vrij en de leerlingen van groep 3 en 4 hebben iedere vrijdagmiddag
vanaf 12 uur vrij. |
|||||||||
|
Klachtenprocedure Contactpersonen Vertrouwenspersoon Taken vertrouwenspersoon Indienen van een klacht Inhoud van de klacht Beslissing op advies |
5.3 Klachtenprocedure
Overal
waar gewerkt wordt zijn wel eens misverstanden. Af en toe worden er zelfs
fouten gemaakt. Het is belangrijk deze zaken in eerste instantie te bespreken
met de direct betrokkene/de groepsleraar. U en uw kind zullen hierbij altijd
serieus genomen worden en er zal naar de best mogelijke oplossing gezocht
worden. Mocht
u het gevoel hebben dat er geen gezamenlijk goede oplossing gezocht wordt,
dan is het altijd mogelijk de directeur hierover aan te spreken. Wanneer
u niet tot een oplossing van het probleem kunt komen in overleg met de
groepsleraar en/of de directie van de school, is het mogelijk gebruik te
maken van de contactpersoon van de school. De
contactpersoon zal bekijken of de
eerste stappen voor het oplossen van het probleem zorgvuldig zijn uitgevoerd.
Het is niet de bedoeling dat de contactpersoon zelf oplossingen gaat zoeken.
Wel wordt bekeken wie verder ingeschakeld moet worden om tot een oplossing te
komen. Als het nodig is kan de contactpersoon u doorverwijzen naar het
bestuur en/of naar een externe vertrouwenspersoon. Deze externe vertrouwenspersoon zal u
begeleiden bij het realiseren van een oplossing, dan wel begeleiden bij het
indienen van een klacht bij het bestuur. Ook kan de vertrouwenspersoon u
informeren over en begeleiden bij het indienen van een klacht bij de
Landelijk Klachten Commissie. Onze school heeft een klachtenregeling waarin precies staat beschreven hoe er met een
klacht wordt omgegaan. Deze regeling ligt op school ter inzage. Stichting
Swalm en Roer waar onze school onder valt is aangesloten bij een van de Landelijke
Klachten Commissie (LKC). Op deze plaats zal uw klacht uiteindelijk behandeld
worden. Afhankelijk van de grondslag, levensovertuiging en openbare karakter
van de school kan een klacht gedeponeerd worden bij verschillende commissies.
De klachtencommissie voor onze school is: Landelijke
klachtencommissie onderwijs (openbaar onderwijs) Email:info@onderwijsgeschillen.nl Samengevat dienen onderstaande stappen doorlopen
te worden:
In het kader van de klachtenregeling zijn op
onze school twee contactpersonen
aangesteld: Theo van Iterson en Danielle Broens. Zij hebben uitsluitend de
bevoegdheid om een klager te verwijzen naar de vertrouwenspersoon. Namens de
oudergeleding is Bart Liedekerken aangesteld. Er zijn externe vertrouwenspersonen benoemd door
Swalm en Roer. Zij maken geen deel uit van de school en fungeren als
(onpartijdig) aanspreekpunt bij klachten. Uiteindelijk onderzoekt een
onafhankelijke, landelijke klachtencommissie de klacht en deze adviseert het
bevoegd gezag hierover. 1.
Het bevoegd gezag beschikt over
tenminste één vertrouwenspersoon die functioneert als aanspreekpunt bij
klachten. 2.
Het bevoegd gezag benoemt,
schorst en ontslaat de vertrouwenspersoon. De benoeming vindt plaats op
voorstel van de benoemingsadviescommissie. 3.
De vertrouwenspersoon gaat na of
door bemiddeling een oplossing kan worden bereikt. De vertrouwenspersoon gaat
na of de gebeurtenis aanleiding geeft tot het indienen van een klacht. Hij
begeleidt de klager desgewenst bij de verdere procedure en verleent
desgewenst bijstand bij het doen van aangifte bij politie of justitie. 4.
De vertrouwenspersoon verwijst de
klager, indien en voorzover noodzakelijk of wenselijk, naar andere instanties
gespecialiseerd in opvang en nazorg. 5.
Indien de vertrouwenspersoon
slechts aanwijzingen, doch geen concrete klachten bereiken, kan hij deze ter
kennis brengen van de klachtencommissie of het bevoegd gezag. 6.
De vertrouwenspersoon geeft
gevraagd of ongevraagd advies over de door het bevoegd gezag te nemen
besluiten. 7.
De vertrouwenspersoon neemt bij
zijn werkzaamheden de grootst mogelijke zorgvuldigheid in acht. De
vertrouwenspersoon is verplicht tot geheimhouding van alle zaken die hij in
die hoedanigheid verneemt. Deze plicht vervalt niet nadat betrokkene zijn
taak als vertrouwenspersoon heeft beëindigd. 8.
De vertrouwenspersoon brengt
jaarlijks aan het bevoegd gezag schriftelijk verslag uit van zijn
werkzaamheden. ·
De klager dient de klacht in bij:
het bevoegd gezag of de klachtencommissie. ·
De klacht dient binnen een jaar
na de gedraging of beslissing te worden ingediend, tenzij de
klachtencommissie anders beslist. ·
Indien de klacht bij het bevoegd
gezag wordt ingediend, verwijst het bevoegd gezag de klager naar de
vertrouwenspersoon of klachtencommissie, tenzij toepassing wordt gegeven aan
het vierde lid. ·
Het bevoegd gezag kan de klacht
zelf afhandelen indien hij van mening is dat de klacht op een eenvoudige
wijze kan worden afgehandeld. Het bevoegd gezag meldt een dergelijke
afhandeling op verzoek van de klager aan de klachtencommissie. 1.
Indien de klacht wordt ingediend
bij een ander orgaan dan de in het eerste lid genoemde, verwijst de ontvanger
de klager aanstonds door naar de klachtencommissie of naar het bevoegd gezag.
De ontvanger is tot geheimhouding verplicht. 2.
Het bevoegd gezag kan een
voorlopige voorziening treffen. 3.
Op de ingediende klacht wordt de
datum van ontvangst aangetekend. 4.
Het bevoegd gezag deelt de
directeur van de betrokken school schriftelijk mee dat er een klacht wordt
onderzocht door de klachtencommissie. 5.
Klager en aangeklaagde kunnen
zich laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. 1.
De klacht wordt schriftelijk
ingediend en ondertekend. 2.
Van een mondeling ingediende
klacht wordt terstond door de ontvanger als bedoeld in artikel 7, eerste lid
een verslag gemaakt, dat door de klager voor akkoord wordt ondertekend en
waarvan hij een afschrift ontvangt. 3.
De klacht bevat tenminste: a.
de naam en het adres van de
klager; b.
de dagtekening; |